Doop van de Heer

Andrea del Verrochio, de doop van Christus, bron: statenvertaling.net

Mijn ampt reickt verder niet, dan dat ick God ten prijs,

Elck van my af alleen naer Godt den heilant wijs

In zijn epos getiteld  ‘Joannes de Boetgezant’ legt Vondel deze woorden in de mond van Johannes de Doper die van zich zelf af naar Jezus wijst, zoals De Doper ook doet op het beroemde Isenheimer Altaar in Colmar.

Maar je kunt je afvragen of Vondel deze verwijzing van Johannes de Doper wel opvolgt, want hij schreef dus een gedicht van meer dan 3000 regels over Johannes.  6 boeken waarin hij de beperkte informatie die de evangelieën bieden uitbreidt tot een vertelling over het optreden van deze wegbereider van Christus. Geen toneelstuk (omdat hij de rol van Christus niet door acteurs wil laten spelen?), wel verschillende personages die aan het woord komen in de directe rede.

Vondel wijst niet van Johannes af, maar geeft hem alle aandacht. Mijn vermoeden is dat dit samenhangt met zijn keuze voor de katholieke kerk, de doperse en zeker ook de calvinistische theologie was te verwijzend geworden. Liturgie moet niet alleen maar verwijzen en verwoorden, maar ook representeren en verbeelden.  

Vondel dramatiseert en hij demoniseert ook, de polemiek van Johannes vs. de farizeeën en schriftgeleerden (volgens Matteüs) werkt hij om tot een hetze van de joodse leiders die alles in het werk stellen om Johannes gevangen en gedood te krijgen, terwijl die daar in de evangeliën geen aandeel in hebben. Het anti –judaïsme van Vondel is  hier virulent. Vondels verwijten zijn theologisch,  het rabbijnse jodendom heeft in zijn ogen een verkeerde lezing van het Oude Testament, daarnaast is er sprake van een typische vorm van guilt by association. Vondel projecteert zijn eigen slechte ervaringen met calvinistische predikanten op de joodse kerkleiders. Dat Herodes er in zijn hervertelling relatief goed vanaf komt hangt samen met Vondels gezagsgetrouwheid ten opzichte van de wereldlijke overheid.

Vondel daalt in dit werk af tot in de onderwereld om Lucifer en Apollion weer eens aan het werk te zetten  en neemt Dantes middeleeuwse beeld van de onderwereld met verschillende ringen over. Modern-mechanisch is daarentegen zijn beschrijving van de psyche van Johannes’tegenstanders die er  ’s nachts wakker van liggen hoe ze hem zullen kunnen uitschakelen. De gelijkenis van dit woelen en malen met de verschillende raderen van een uurwerk is prachtig.

Gelijk een uurwerkwigth het sneckradt ommedrijft,

Het sneck- het bodemradt: het bodemradt gestrijft

In zijner sneller vaert, het kroonradt komt beroeren;

En ’t strijkradt d’onrust drijft geduurigh heene en weer

Zo houdt de staetzorgh nu den koningklijcken heer,

En ’t priesterlijcke hooft in onrust en het woelen

Gaat nacht en dagh zijn’gangk.elck raetslaeght om zijn stoelen

Voor ’t naeckende gevaer, dat hij zich innebeelt. (IV, 122-129)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s