Edelingen blij van geest

Jeroen Bosch, Aanbidding door de koningen, Prado Madrid, bron Statenvertaling.net

Wij edelingen blij van geest

Ter kerke gaan op ’t hooge feest

Den eerst geboren heiland groeten

En knielen voor de kleene voeten

Van ’t kind, waer voor Herodes vreest:

In het vorige liedboek voor de kerken (1973) stonden 2 Kerstliederen van Vondel, beide afkomstig uit het toneelstuk ‘Gijsbrecht van Aemstel’.  Van deze twee liederen is ‘O Kerstnacht schoner dan de dagen’ wel in het nieuwe liedboek (2013) terecht gekomen en ‘Wij edelingen, blij van geest’  niet. Dat is  begrijpelijk, zo populair was het niet, ik kan me niet heugen dat ik het ooit in een Kerstdienst heb gezongen, maar theologisch is het een rijke tekst en Vondels Nederlands is hier goed te volgen. In de hervormde bundel van 1938 was het lied opgenomen met een gewijzigde beginregel: ‘O christenschare, blij van geest.’  Ook heeft er een bewerking bestaan met de chauvinistische titel ‘o Nederlanders blij van geest’.

De edelingen vormen in het origineel een koor dat het  tweede bedrijf van de Gijsbrecht afsluit. Zij introduceren zichzelf in de eerste regel van het lied, voor de toeschouwers moest immers duidelijk zijn wie hier op het toneel verschenen. In het voorgaande beramen de tegenstanders van Gijsbrecht hun aanslag op Amsterdam. Egmond heeft met zijn mannen het klooster buiten de stad als uitvalsbasis ingenomen, op Kerstavond nog wel. Het koor (de rei) van edelingen geeft hierop commentaar met hun gezang. Vanaf de zijlijn, ze spelen verder geen rol in het stuk. Zij vergelijken de aanslag  met de moordpoging van koning Herodes

Als edelingen  (lieden van adel, ridders) vereenzelvigen zij zich in het kerstverhaal het meest met de wijzen/ de koningen die immers ook van hoge afkomst waren en zich dure geschenken konden veroorloven.  Vandaar dat in het tweede couplet de wijzen in beeld  komen. 

Het kind waer voor een starre rijst

Die wijzen met haar straelen wijst

De donkre plaats van zijn geboorte

En leit hen binnen Davids poorte[1],

Daer d’allerhooghste ’t laegste prijst.

Dat God de armoede verkiest boven rijkdom en de hoogmoedigen beschaamt door mens te worden is het theologische Leitmotiv van de 14 coupletten. Deze nederigheid van d’Allerhooghste brengt de edelingen evenals de wijzen uit het Oosten tot aanbidding en tot de aansporing voor het publiek om alle hoogmoed af te leggen. De kerstpreek van Vondel heeft een duidelijke focus: Ootmoed is de ware geestelijke adel.

Hier is de wijsheid ongeacht

Hier geldt geen adel staet nog  pracht.

De hemel heeft het kleen[2] verkoren

Al wie door ootmoed wordt herboren

Die is van ’t hemelse geslacht.


[1] Bethlehem

[2] Het kleine

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s