Pinksteren – Blijf de aarde trouw

Peter Paul Rubens, Nederdaling van de Heilige Geest, KMSKA, artinflanders.be

 “Blijf de aarde trouw, broeders”, zo spreekt de filosoof Friedrich Nietzsche in een van zijn werken, hij bedoelde dat anti-christelijk, want het hemelgeloof van zijn tijdgenoten nam hij maar wat graag op de korrel. Maar het zou zomaar kunnen dat dit devies ‘blijf de aarde trouw’ heel sterk overeenkomt met de betekenis van het Pinksterfeest, want wat er met Pinksteren gebeurt is dat God de aarde trouw blijft, zijn vurige liefde betoont. Niet voor niets heet de Pinkstercantate van Joh. Seb. Bach ‘o Ewiges Feuer, o Ursprung der Liebe’. Pure hartstocht.

Blijf de aarde trouw, dat is eigenlijk al het thema van Hemelvaart. . Het voorprogramma van Pinksteren, want als de Heer is opgestegen, krijgen de leerlingen te horen dat ze niet naar boven moeten blijven staren: “Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken, Jezus die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen.” De blik van de discipelen wordt zo weer terug geleid naar de aardse realiteit.

En met Pinksteren wordt duidelijk dat het waar is dat God de wereld liefheeft, heel de aarde komt in beeld, alle volken en talen, God laat niet langer op zich wachten, maar komt als heilige geest over de discipelen en de vonk slaat over naar allen die daar in Jeruzalem aanwezig zijn, vanwege het Pinksterfeest.

Want dat werd dus al gevierd, en die joodse oorsprong van Pinksteren is van belang, het is niet van joods in een christelijk feest veranderd, het is een samenhangend Bijbels gebeuren. Het wordt wel eens verzucht:‘wat vieren we nu eigenlijk met Pinksteren, wat moet ik me voorstellen bij de Heilige Geest?’

Dan moet je eerst bedenken waarom in het Nieuwtestamentische boek Handelingen allen bijeen zijn op dat Pinksterfeest, 50 dagen na Pesach en waarom al die mensen in Jeruzalem verzameld zijn. Dat is om te vieren dat de Eeuwige een verbond heeft gesloten met zijn volk bij de berg Sinaï, als ze Egypte ontvlucht zijn en in de woestijn beland. Op voorspraak van Mozes hebben ze zich laten meenemen, in naam van een hen onbekende God en daar bij de berg Sinaï, daar leren ze deze God echt kennen, want de Eeuwige daalt af,  komt naar de aarde toe.

Met Pinksteren wordt in de synagoge gelezen, uit Exodus 19 en 20 waar de Eeuwige neerdaalt op de berg Sinaï om het volk een verbond (met de 10 leefregels!) aan te bieden. Een regeerakkoord waardoor je zult leven.

Maar als God verschijnt, daar op de berg, is dat een heftig incident, om het zomaar te noemen. De aarde schudt op haar grondvesten, donder en bliksem, een angstaanjagend natuurgeweld, God daalt af in vuur, alles in lichterlaaie, mensen die hier in Barendrecht de brand bij ‘de Kleine Duiker’ hebben gezien, kunnen invoelen hoe overweldigend dat is.

De aanwezigheid van God is wel eens omschreven als fascinerend en vreeswekkend tegelijkertijd. Je staat te trillen op je benen.

Maar let op, God verschijnt, daalt af, om een verbond aan te bieden, om zijn volk te vragen het met zijn geboden te wagen, om voortaan samen op te trekken. En je zou kunnen denken, als God dat wil, dan zit zijn verschijning hem wel wat in de weg. Als die zoveel schrik aanjaagt.

Dus daar zat ik over na te denken, als het God te doen is om dat verbond, waarom dan fascinerende en vreeswekkende natuurverschijnselen, die je de stuipen op het lijf jagen bij dat Pinkstergebeuren, de uitstorting van de Geest, zowel in Exodus als in Handelingen.

Daar zat ik over na te denken en toen was ik afgelopen woensdag hier in de kerk bij de voorstelling ‘de kleine goedheid’ van Pauline Seebrechts en zij vertelde hoe overweldigend, hoe schokkend het is… om een medemens (in nood) werkelijk te zien. Om het lijden van een ander tot je door te laten dringen. Kijk en laat je raken, was haar samenvatting van het denken  van de Joodse filosoof Levinas.

Met God mee gaan ademen…

Want de aarde trouw blijven, de medemens zijn toegedaan, dat is geen eenvoudige opgave, daar zit spanning op, de vonken springen ervan af, dat de volken elkaar werkelijk gaan verstaan, dat is allerminst vanzelfsprekend, dat knettert en dat knalt.

Dus ik denk dat het vuur en de bevingen en de donderslagen bij dat neerdalen van God, dat is meer dan decor, dat laat zien dat het in die vurige hartewens  van God om met zijn mensen op te trekken, om iets ontzettend spannends gaat, dat God daar zelf in vrees en beven aan begint, het is gevaarlijk terrein.

Het vuur dat uit de hemel neerdaalt, dat is Gods Geest en die zet je er toe aan om een coalitie aan te gaan met deze God, en dat is ergens spelen met vuur. Om in een moeilijke situatie je geweten te volgen. Om de schokkende ervaring dat een medemens je vraagt om recht te doen. Om te  blijven geloven in een wereld waarin de volken elkaar verstaan.

Er is een rabbijnse legende  die vertelt  dat toen Mozes opsteeg naar de hemel om de Tora te ontvangen, die dienende engelen protesteerden bij God. “waarom geeft U het kostbaarste bezit aan stervelingen en niet aan ons.” God vroeg aan Mozes om antwoord te geven: Mozes keerde zich naar de engelen en zei: Er staat in de Tora: ‘neem de sabbat in acht, want het is een heilige dag”. Werken jullie, engelen, zodat jullie een rustdag nodig hebben? Er staat in de Tora ‘Toon eerbied voor jullie vader en moeder.’ Hebben jullie ouders die eer behoeven? Er staat in de Tora: ‘pleeg geen overspel.’ Hebben jullie, engelen, een neiging tot overspel zodat een dergelijk gebod noodzakelijk is?’ Daarop hielden de engelen op om bezwaar te maken.

Deze legende vertelt dat het deze aardse werkelijkheid van pijn en moeite, van zorg en spanning is, waar God zich mee verbindt, waar hij zijn regeerakkoord voor heeft geschreven, waarin zijn Geest afdaalt. Om bondgenoten en geestverwanten te zoeken.

God bllijft de aarde trouw. En Pinksteren roept je op om met God mee te gaan ademen.

Wanneer Petrus tijdens dit feest dankzij de uitstorting van de geest de menigte toespreekt, wordt hij geïnspireerd door de profetie van Joël: “Ik zal mijn geest (Hebreeuw ‘Ruach’: adem, wind) uitstorten op al wat leeft’.

God daalt af, wil wonen in onze werkelijkheid. Ik zal mijn Geest uitstorten op al wat leeft. Preciezer vertaalt staat er ‘op elk vlees’. Alle vlees staat er in oudere vertalingen, onze sterfelijke realiteit. Dat lastige leven van ons.

Blijf de aarde trouw, zusters en broeders, want God blaast zijn geest over je heen om op deze aarde daadwerkelijk zijn bondgenoot en geestverwant  te zijn. Amen

Nabijheid

Vincent van Gogh- de Barmhartige Samaritaan

Toen sprak de Heer: ‘Er is een plaats op de rots waar je dichtbij mij kunt komen staan.’(Exodus 33:21)

Het mooiste wat je iemand kan toewensen is misschien wel de nabijheid van God. Iemand zou daarop de vraag kunnen stellen: ‘Wat bedoel je daar nu precies mee, ik voel het wel ongeveer aan, maar wat ervaar je dan?’ Daarover gaat het als Mozes de berg opgaat om de Heer te ontmoeten.

Als God in Exodus neerdaalt op de berg Sinaï, het Pinksterverhaal van het Oude Testament, dan gaat het eerst over afstand houden, het volk Israël moet eerbiedige afstand houden tot de berg, God sluit dan een verbond met zijn volk.

Daar kunnen we ons in deze tijd iets bij voorstellen, dat je ondanks dat je niet bij elkaar kunt komen toch verbonden bent. Zo ervaren we momenteel onze kerkdiensten, zo ervaar je het als je gebeld wordt, als je een lief berichtje krijgt.

Toch blijf je iets missen. Het echte contact, de spontane aanraking, de daadwerkelijke nabijheid van vrienden, even bij iemand langsgaan, het elkaar ontmoeten in de kerk. Daar kan geen videoverbinding tegen op. Denk aan de uitspraak van Jezus: Waar 2 of 3 in mijn naam verenigd zijn ben ik in hun midden.

Je mist het contact, met een mooi woord wordt dat wel ‘huidhonger’ genoemd of ‘aanrakingsverlangen’. Van Jezus wordt een aantal keren gezegd dat hij mensen aanraakte, juist degenen  waar iedereen met een boog van anderhalve meter of meer om heen ging, omdat ze melaats waren of ziek of onrein. En hij voelde het ook als hijzelf werd aangeraakt.

Ik  merk ook aan mezelf dat ik door gebrek aan persoonlijk contact uit mijn doen raak, eerst dacht ik dat ik daar wel tegen kon en wat extra ruimte voor mezelf  wel prettig vond, maar steeds sterker besef ik dat je de nabijheid van je naaste niet kunt missen. Niet dat ik iedereen een hug wil geven,  maar het raakt je als je nooit wordt aangeraakt.

God vraagt Mozes een aantal keer om de berg op te komen, ze zijn vertrouwelijk met elkaar in gesprek. Dan vraagt Mozes of hij de heerlijkheid van de Heer mag zien. Een gewaagd verzoek, maar  God gaat daarin mee. Hij zegt:  “Je kunt mijn gezicht niet zien, dat kan geen mens, maar je zult wel mijn nabijheid ervaren. Ik ga bij je langs en Ik bescherm je met de binnenkant van mijn hand.”

Kun jij dat nu ook ervaren, de nabijheid van God?  Niet iedereen heeft natuurlijk zo’n ervaring als Mozes. Maar je hebt ergens wel hetzelfde aanrakingsverlangen, dezelfde behoefte aan nabijheid.

 In de zegenbede van de kerk, vaak aan het einde van de dienst, zegent de predikant de gemeente met de gemeenschap van de Heilige Geest, dat is de nabijheid van God door zijn geest. Ik geloof dat die kracht van God dan met ons en in ons is, dichtbij aanwezig. Dat is Pinksteren.

ook verschenen als meditatie in Contactruimte, kerkblad van de Protestantse Gemeente Fijnaart, Heijningen en Standdaarbuiten

Pinxterzang De wind in de zeilen

bron: http://www.grotekerknaarden.nl

De schilderingen op de gewelven in de grote kerk van Naarden vormen steeds een tweeluik, bij ieder heilsfeit hoort een nieuwtestamentische en een oudtestamentische voorstelling. Bij Pinksteren staat naast het verhaal van de uitstorting van de Heilige Geest volgens Handelingen 2, de verbondsluiting op de Sinaï, de gave van de Thora, bezegeld met de overhandiging van de 10 geboden aan Mozes. Dit is inderdaad wat de synagoge met Pinksteren viert. In ben benieuwd in hoeverre dit bekend was toen deze schilderingen in 1518 werden gemaakt.

In de 2 Pinksterliederen die Vondel 100 jaar later schreef voor het liedboek van zijn doopsgezinde gemeente, komt deze oudtestamentische betekenis van Pinksteren niet voor. Wel spreekt hij van de wet die Christus in de harten van de gelovigen schrijft, in overeenstemming met de doperse traditie. En Christi wet die eeuwich blijft/ In ons ghemoet en sinnen schrijft.

De eerste Pinxterzang van Vondel is een verhalend gedicht naar Handelingen 2, het tweede een gebed tot de Heilige Geest, gemakkelijk mee te zingen op de wijs van Psalm 100. In dit lied verwerkt hij verschillende metaforen en namen voor de Heilige Geest die hij ontleent aan de christelijke traditie: Tortel-duyf, Vertrooster, vinger Gods, hemeldauw, Fontein, Goddelijk vuur. In het laatste couplet wordt de Geest ‘Wind des Heeren’, genoemd. Dat is een beeldspraak die uit de Bijbel komt, het Hebreeuwse ‘ruach’ betekent ‘wind, adem, geest’, maar die ik dan weer niet tegen kom in de oudchristelijke hymnen. Heeft Vondel dit ergens vandaan of is dit beeld ingegeven door de opkomst van de zeevaart in zijn Amsterdam?

Ghy Wint des Heeren weest doch mee

Ons zielen schip in swerelts Zee

Op dat wy vry van schipbreuk dan

Landen in ’t hemels Canaan.