Herschepping in de praktijk

Verkorte weergave verslag voor de cursus ‘van U is de aarde’

Ter Inleiding: Groene Theologie

Een aantal jaar geleden ging ik naar Gent om het ‘Lam Gods’ te zien, het meesterwerk van Jan van Eijk. Ik kende het van afbeeldingen, maar in het echt viel mij pas op hoe groen het centrale tafereel is en hoe nauwkeurig de bloemen, kruiden en bomen geschilderd zijn. Er spreekt een schat aan botanische kennis uit die dus onderdeel is van de aanbidding van het Lam als bron van de liturgie van de gemeente en de verwachting van de nieuwe hemel en aarde.

Gebr. Van Eijk – de aanbidding van het Lam Gods (middenpaneel)

Dit bloeiende grasland contrasteert met de armoede van menig hedendaags gazon en weiland die verworden zijn tot een ‘raaigraswoestijn’. De schrikbarende teruggang van insecten is daar m.i. een gevolg van. Bij het werkbezoek aan de biologische boerderij in Friesland heb ik geleerd dat onderdeel van de nieuwe bedrijfsvoering is dat er gewerkt wordt met een diversiteit aan kruiden in het grasland en dat dit niet alleen boven de grond natuurvriendelijker is, maar ook veel beter voor de bodemkwaliteit en uiteindelijk voor de productie. Ook voor gangbare boeren is dit trouwens steeds meer een zorg. Met de profeet Jesaja hoop ik daarom dat ook deze woestijnen weer gaan bloeien.

Voorafgaand aan de cursus

In de zomer van 2022 ben ik van gemeente gewisseld, van het agrarisch georiënteerde Fijnaart naar het verstedelijkte Barendrecht. Ten tijde van de intake was ik nog erg met de grondproblematiek van de vorige gemeente in Fijnaart bezig. Daar ligt een groot gazon rondom het kerkgebouw met behalve wat struikperkjes alleen gras en een ringgracht met waterkanten die door een hovenier heel kort gemaaid worden. En verder was de Protestantse Gemeente Fijnaart in het bezit van 2 begraafplaatsen.

Met dat referentiekader keek ik naar de grond rondom de Dorpskerk in Barendrecht en daarbij was mij opgevallen dat het gazon aan de zuidzijde van de kerk dat door de burgerlijke gemeente wordt beheerd nogal eentonig is, maar dat er achter het bijgebouw een heuse kerktuin is met bomen en planten die in de Bijbel voorkomen of een Bijbelse naam hebben. Vanuit de vergaderzaal heb je een mooi uitzicht op deze tuin en in de zomer wordt er koffie gedronken. Deze kerktuin wordt elke woensdagmorgen bijgehouden door een team vrijwilligers. Dit gebeurt heel toegewijd, zo wordt er op toegezien dat planten die slecht tegen de kou kunnen in winter in een kas worden ondergebracht.

Waar ik echter helemaal niet op gelet had is dat er een stuk grond ligt aan de achterzijde van het bijgebouw ‘de oude pastorie’. Dit was voorheen de voortuin, maar nu een stuk grond dat op het oog braak ligt. Dit onopvallende onbekende terrein blijkt voor mijn onderzoek juist interessant te zijn.

olijfboom uit de kerktuin die voor de winter verplant werd

Start Onderzoek

Bij het zoeken naar een project voor deze cursus heb ik via een stukje in het Barendrechtse kerkblad mijn onbekendheid met de gemeente ingezet. Als ‘vreemdeling in Jeruzalem’ heb ik gevraagd wie er mee wil denken over het onderwerp ‘groene kerk’, omdat deze term ook in het beleidsplan wordt genoemd.

De eerstvolgende zondag melden zich twee gemeenteleden die hier graag aan mee willen werken, niet toevallig de twee vrouwen die de vrijwilligers van de werkgroep kerktuin aansturen. We maken een afspraak. Ze vertellen over hoe de kerktuin ruim 10 jaar geleden tot stand gekomen, mede met hulp van studenten van een hoveniersopleiding  en nu wekelijks wordt bijgehouden door vrijwilligers. Een van hen verzorgt bovendien al jaren een vaste rubriek in het kerkblad, waarin iedere keer een plant uit de kerktuin met Bijbelse of kerkhistorische wortels wordt belicht.

Ze vertellen verder dat buren van de ‘oude pastorie’ geklaagd hebben over bomen in de voortuin die voor overlast zorgen, omdat ze licht wegnemen en veel zaailingen verspreiden. Daar was vanuit de werkgroep kerktuin en de wijkraad van rentmeesters begrip voor en daarom is besloten dat een aantal van deze esdoorns (met van die propellertjes) gekapt mag worden, als de buren daar zelf voor zorgen.

Eerst schrik ik ervan en ik spreek de wens uit dat niet alle bomen worden gerooid en daar zijn ze het mee eens. Een drietal bomen blijft staan. Maar ze hebben ook al verder gedacht. In plaats van de te kappen bomen willen ze voor gevarieerde begroeiing zorgen die aantrekkelijk is voor vogels. Dit komt dan achter de bijenstrook die er al is met diverse bloemen. (Idee: haal het zondagse boeket ‘als groet van de gemeente’ hiervandaan). Het bijbehorende grasveld blijft ongemoeid want dat moet misschien ooit nog als parkeerterrein gaan dienen.

Ze vertellen dat ze het jammer vinden dat er weinig aandacht is van gemeenteleden voor de kerktuin. Voor één  van hen is het ideaal een voedselbos, een moestuin of boomgaard waarin gasten zelf groente en fruit kunnen oogsten, maar openstelling van dit stuk tuin is niet haalbaar. Er staat een hek omheen, dus laat het dan een voedselbos voor de vogels worden.

Onderzoeksvraag

Het onbekende terrein dat ik ga verkennen is: hoe draagt mijn betrokkenheid bij dit tuinproject  bij aan de volgende intenties:

A: vergroten van de biodiversiteit.

B: meer betrokkenheid van de gemeenteleden bij hun grond.

C: aandacht voor een aardse spiritualiteit waarin verbondenheid met de schepping wordt ervaren.

Praktijken

Eind november zijn de esdoorns in de voortuin van de ‘oude pastorie’ gekapt, dit is gedaan door het hoveniersbedrijf, waar een van de buren werkzaam is. Drie esdoorns waren gemerkt om te laten staan. De kerkrentmeester die ook in de werkgroep kerktuin zit, heeft met haar knowhow bedongen dat het snoeihout versnipperd wordt en uitgestrooid over de grond ter verbetering van de bodemkwaliteit.

De gerooide tuin, links de esdoorns die zijn blijven staan, op de achtergrond de oude pastorie

In januari kom ik nog een keer met de twee initiatiefnemers van het project bijeen te kom. Er is lijst gemaakt van planten die geschikt zijn voor het voedselbos met daarin verschillende (fruit)bomen, struiken, klimmers en lage planten. We bespreken onze voorkeuren en hoe de nieuwe beplanting te verkrijgen. Niet alles hoeft bij een tuincentrum gekocht te worden en er dient zich nog een verrassende mogelijkheid aan, waarover hieronder meer.

Tot mijn vreugde zijn we het erover eens dat het best rommelig mag zijn, zodat het ook geschikt is voor kleine zoogdieren zoals muizen en egels.

Verder komen we tot de ontdekking dat de kerktuin best leeft in de gemeente, want toen in de laatste plantenrubriek in het kerkblad stond dat de hulst nog ontbrak, werd die van meerdere kanten aangeboden.

Ontmoetingen

In de periode van de cursus spreek ik naast de 2 initiatiefnemers ook andere vrijwilligers en gemeenteleden die actief zijn rondom de kerktuin.

1 Wat opvalt is dat de vrijwilligers ook van buiten de wijkgemeente komen, soms hebben ze ook een specifieke binding met de grond (bv ‘mijn vader was hier vroeger kerkvoogd’).  Ze zijn gehecht aan de tuin rondom de kerk en dat hangt mogelijk samen met de weemoed die ik in veel gesprekken met oud-Barendrechters bespeur over hoe het dorp veranderd is in de afgelopen decennia door het volbouwen van het land en het verdwijnen van de open ruimte.

2 In een overleg met de kerkrentmeesters over het project stel ik naast het zakelijke verzoek om hier geld voor te reserveren ook de vraag of  ze bij het beheer van deze ‘heilige grond’ van de kerk iets van zorg voor Gods schepping ervaren.

3 Van september tot januari leid ik een maandelijkse Bijbelkring en daarin hebben we Genesis 1 t/m 4 gelezen en besproken. Teksten die veel reacties oproepen over wat (goede) schepping is, welke taak de mens krijgt en wat ‘heersen over’ de andere schepselen betekent. Over dat laatste zegt een deelnemer cynisch: ‘daar zijn we goed in geslaagd .’ Maar ook de verwondering komt naar voren, bijvoorbeeld dat er in een hand vol aarde miljoenen organismes leven. En daarnaast vinde er goede discussie plaats, over wat duurzaam landgebruik is.

samen met de collega van de r.k. parochie plant ik tijdens de vredesweek een olijfwilg

Experimenten: de struikrovers in beeld

Bij het opstellen van de lijst van plantensoorten die geschikt zijn om aan te planten in de kerktuin stuiten we op een actiegroep die landelijk actief is en die zich struikrovers noemen. Wat zij doen is bij stadsrenovaties planten ‘redden’ uit buurten die gesloopt worden en ze een nieuwe bestemming bezorgen.

Het toeval wil dat de buurt achter de kerktuin gesloopt gaat worden. In deze ‘zeeheldenbuurt’ waren tijdelijk statushouders en Oekraïners gevestigd. Ik realiseer me dat ik hier weinig kom, maar deze wijk grenst wel direct aan de grond van de Dorpskerk. Vanwege de afgeslotenheid van de kerktuin is er geen doorgang. Het experiment dat we willen aangaan is om samen met de struikroversbeweging en de huidige bewoners  van de zeeheldenbuurt een deel van de beplanting uit deze tuinen te halen. Zo worden er planten gered, kosten bespaard en creëren we een opening naar de buurt.

In de dienst van 12 februari heb ik het verhaal van de struikrovers gebruikt als opening van mijn preek over Deuteronomium 30, waar Mozes spreekt over Gods gebod dat heel dichtbij is. Je hoeft het niet van ver te halen. Zo heeft dit onderzoek mij als voorganger geholpen om meer oog te krijgen voor  de werkzaamheid van Gods woord in mijn directe omgeving.

Na de dienst blijkt dat er juist in die week een brief vanuit de gemeente is bezorgd aan de bewoners van de Zeeheldenbuurt over een in maart te houden tuinruim-dag, waarbij alle bewoners van Barendrecht  de mogelijkheid krijgen om gratis groen uit de tuinen van de te slopen woningen te halen. Het experiment is dus al in gang gezet.

“De geboden zijn heel dichtbij u, in uw mond en in uw hart: u kunt ze volbrengen” (Deut. 30:14)

Theologische reflecties

De kerktuin blijkt een plek te zijn waar de zorg om en voor de schepping gelokaliseerd kan worden, ook als je zelf geen groene vingers hebt. De noties van ‘heilige grond’ en ‘gewijde aarde’ zijn hier bruikbaar. Dat de esdoorns zo gemakkelijk gekapt werden heb ik als het lijden van de schepping beleefd (Romeinen 8), tegelijkertijd blijkt herschepping mogelijk, dat het gelaat van de aarde zich vernieuwt. (Psalm 104)

Het gegeven dat de kerktuin een afgesloten plek is, geeft te denken. Deze relatieve afgeslotenheid past ergens bij de ervaringswerkelijkheid van heilige grond. Dit stukje aarde is onttrokken aan de rationalisering die beslag legt op onze leefomgeving. Zo creëert de ‘hortus conclusus’ van oudsher veilige ruimte voor mens, dier en plant. De ervaring leert dat deze bescherming nodig is. Het rooien van de bomen in de kerktuin die er in tientallen jaren over gedaan hebben om te groeien is door de inzet van groot materieel binnen een ochtend gebeurt.  Het heilig houden van deze grond vraagt dus ook om actieve toewijding en oplettendheid van kerkelijke grondwerkers en dan wordt herschepping een geloofspraktijk.

Ik lees ‘De Grote Stad’ het recent door Marianne van Reenen vertaalde werk van de Franse milieuactivist en theoloog Jacques Ellul. Hij merkt op dat in de Bijbel het bouwen van steden hét symptoom is van menselijke hoogmoed en opstand tegen God. De stad is volgens hem ‘anti-schepping’. Niet voor niets is het Kaïn die de eerste stad bouwt. Bij de Bijbelkring over Kaïn en Abel was een van de gespreksvragen of de deelnemers dat herkennen. Zij zijn grotendeels autochtone Barendrechters die hun woonplaats in de loop van hun leven hebben zien veranderen in dichtbebouwd verstedelijkt gebied.

Bij nadere beschouwing gaat het Jacques Ellul niet om de tegenstelling tussen stad en platteland zoals die nu politiek te gelde wordt gemaakt, maar om de techniek en mechanisatie die de mens vervreemden van zijn omgeving en dat speelt juist in de landbouw.

In het filmhuis van Rotterdam zie ik de film ‘Wildport of Europe’ over natuur in het havengebied van de Regio Rijnmond. Juist in deze stedelijke context waarin elk stukje grond door mensen is ontworpen, opgespoten, aangelegd en ingericht, blijkt er verrassend veel biodiversiteit te zijn. Weliswaar is deze film mede gefinancierd door het havenbedrijf en dus bepaald niet belangeloos. Maar toch herken ik dat de natuurrijkdom in de stad overvloedig is als je er oog voor hebt. Ik kom in Barendrecht niet minder vogelsoorten tegen dan in het agrarische Fijnaart.

Dit brengt mij ertoe om de scheppingsopdracht om (met de Schepper) de aarde te dienen en te bewaren als een gebod te lezen dat haalbaar is, het is te doen zoals Deut. 30 zegt. Al blijf ik met Ellul grote zorgen hebben over het wereldwijd en lokaal verdwijnen van biodiversiteit.

Conclusies

Mijn onderzoeksvraag is wat mijn betrokkenheid bij het tuinproject aan bijdrage oplevert op een drietal punten.

1 Als het gaat over de inrichting zelf dan is mijn bijdrage beperkt, het initiatief en de knowhow zijn aanwezig bij de leden van de werkgroep kerktuin.

2 Door over het project te schrijven in het kerkblad, het in vergaderingen in te brengen en er aandacht aan te geven in kerkdiensten, heb ik bijgedragen aan de zichtbaarheid van de kerktuin en herinrichting ervan.

3 Mijn betrokkenheid bij dit project werkt als een voedingsbodem voor een meer aardse spiritualiteit in verbondenheid met de schepping. In de Bijbelkring over Genesis 1-4  en preken kon ik dat toepassen en ik merk dat dit onderzoek vooral mijn eigen blik scherpt hoe we omgaan met onze grond, ten goede en ten kwade. Dat versterkt mijn betrokkenheid bij de zorg die de Heer van de schepping heeft om en voor de aarde. Zo word ik in mijn geloofspraktijken meer gevoed en geraakt door wat er in de directe omgeving gebeurt en ik heb ontdekt dat ik dit met veel mensen in en om de kerk kan delen.

Franc de Ronde, Februari 2023

Bronnen

Jacques Ellul, De grote stad, een Bijbels perspectief, 2020

http://www.wildportofeurope.nl

http://www.struikroven.nu