Een tweede naïviteit

Giotto-Scrovegnikapel (bron: paulverheijen.nl)

Jezus 12 jaar. Zijn ouders zijn hem kwijt, zoeken hem. Eerst denken ze nog, hij zal wel bij bekenden zijn, maar dan gaan ze toch navraag doen. Nergens te bekennen. Ze raken bezorgd, in paniek, een vermissing, ze zoeken hem met pijn. Na drie dagen vinden ze hem in de tempel. Jezus in gesprek verdiept met de leermeesters (rabbi’s) , luisterend, vragen stellend, antwoorden gevend. Kind, wat heb je ons aangedaan, zegt Maria. Jezus antwoordt, jullie hadden kunnen bedenken dat ik hier was. Ik wilde zijn in wat van mijn Vader is.

Het is nog niet de tijd van de helicopter-opvoeding en de curling-ouders. Wij hedendaagse opvoeders die alle problemen voor de voeten van hun kroost wegvegen. Maar de bezorgdheid van de ouders van Jezus is van alle tijden en dus maar al te herkenbaar.

Toen ik zelf een kleuter van 4, 5 jaar reisde ik een keer met mijn ouders per trein van Utrecht, waar we bij opa en oma waren geweest naar onze woonplaats Houten. Ik was door de trein gaan lopen en toen de trein stopte, ben ik netjes uitgestapt, in Utrecht-Lunetten. Mijn ouders kwamen daar in Houten achter.

Gelukkig ben ik toen goed opgevangen, ieder station had nog een loket, als kind deed ik luchtig over, het was toch logisch dat ik was uitgestapt, maar de opluchting van mijn ouders toen ze me weer vonden kan ik me nog goed voor de geest halen.

Jezus is al een stuk ouder, 12 jaar, hij is aanspreekbaar, bijna volwassen in de joodse tradite in de zin dat je met 13 jaar een zoon der wet wordt, een bar mitswa, een volwaardig lid van de geloofsgemeenschap. Je kunt dan ambtsdrager worden als het ware.

12, 13 jaar: In de geloofsontwikkeling is het de fase dat je zelf gaat nadenken, dat je zelfbewust wordt, kritische vragen stelt, echte antwoorden verlangt, wat geloof ik, wat wil ik, heb ik zin om mee te gaan naar de tempel in Jeruzalem? Heeft dat zin? Heeft dat nut?

Bij het opgroeien, volwassen worden, raak je iets kwijt, je  verliest je naïviteit

Het is ook voor jouw geloof en geloofsontwikkeling goed om te beseffen dat Jezus door deze fases van ontwikkeling is heengegaan, lichamelijke en geestelijke volwassen wording, de christelijke traditie en theologie heeft benadrukt dat Jezus waarlijk mens is. Hij heeft onze menselijkheid geheel aangenomen.

In de geloofsbelijdenis van Nicea die dit jaar 1700 jaar bestaat, een jubileum dat oecumenisch gevierd gaat worden, staat dat centraal, Hij is mens geworden, deze mens, Jezus uit Nazareth, om ons te redden.

Het is dus niet zo dat Jezus van jongsaf aan alles al wist, hij heeft ook moeten leren, wat het is om mens te zijn. Hij was niet per se het wonderkind, de wonderdoener in de dop.

Over de kindertijd van Jezus zijn er later wel allerlei wonderlijke verhalen in omloop gekomen, maar de evangeliën zijn daar nu juist terughoudend in.

Lucas houdt het dus bij de herkenbare, invoelbare episode van de 12-jarige die zoek raakt tijdens de bedevaart.

Jezus had later de gelijkenis van de verloren zoon, de verloren zonen, misschien wel niet zo inlevend kunnen vertellen als hij zelf die ervaring niet had meegemaakt, om als kind kwijt te zijn en gevonden te worden door zijn vader en moeder.

Zoals je ook alleen een leraar, een rabbi kunt worden, als je een leerling bent en blijft, zoals Jezus daar in de tempel het onderwijs van de rabbijnen volgt, het leerhuis, bezig is met de dingen van zijn Vader.

De tempel, als plaats waar God bij de mensen wil wonen. Heel opmerkelijk hoe de tempel een centrale rol speelt in het Lucas-evangelie, terwijl de tempel niet meer in gebruik was toen Lucas zijn evangelie opschreef. Maar daarom wil Lucas juist vertellen, dat God bij de mensen wil wonen, dat hij zijn zoon ter wereld laat komen en zijn geest heeft gezonden.

De geschiedenis van de 12-jarige Jezus nodigt je volgens mij uit tot een tweede naïviteit. Een term van de Franse protestantse filosoof Paul Ricoeur. Een behulpzaam begrip.

De tweede naïviteit. Het zegt iets over de 12-jarige Jezus en iets over je eigen geloofsweg.

Je eerste naïviteit, die je hebt als klein kind, verlies je gaandeweg bij het opgroeien. De magische wereld waarin wat je ouders zeggen per definitie de waarheid is, waarin wonderen  altijd geloofwaardig zijn, waarin de wereld ook om het kind draait.

Volgens Ricoeur volgt er op de eerste naïviteit, de kritische fase. De onderzoekende fase van klopt het wel, wat is er werkelijk gebeurd en welke belangen zijn er in  het spel? Dat ga je dan doorzien. Je verlies je naïviteit, je goedgelovigheid. En je zoekt je eigen weg, je maakt je stap voor stap los van je ouders.

Dat is niet alleen een persoonlijke ontwikkeling, maar ook een culturele. Onze cultuur is door de reformatie, de verlichting en de moderniteit heengegaan, kan niet meer op dezelfde manier denken en geloven als 1000 jaar geleden.

Ja, we hebben onze naïviteit verloren, dat hoor je nog wel eens verzuchten, als iets dat we helaas kwijt zijn geraakt, dan wordt er terug  verlangd naar een onschuldig verleden, dat helemaal niet zo onschuldig was.

Ik kan me voorstellen dat als de 12 jarige Jezus uit Nazereth met zijn ouders de jaarlijkse Paasbedevaart naar Jeruzalem maakt, hij dingen ziet die hem eerder niet waren opgevallen. Dat Jeruzalem een bezette stad is met Romeinse soldaten. Dat de tempel weliswaar prachtig is gerestaureerd door Herodes, maar was dat wel een goede koning.. Daarover denkt de jonge Jezus na, hij gaat vragen stellen, waar is God te vinden, als dit zijn woonplaats is. Hij wordt kritisch, verliest zijn eerste naïviteit.

En dan blijft hij in Jeruzalem om te zijn in wat van zijn Vader is, met God zelf bezig te zijn. Dat is een compacte, gecomprimeerde manier van vertellen om te laten zien dat er een tweede naïviteit ontstaat bij Jezus.

Een openstaan voor de verwondering, voor de aanwezigheid van God, de ervaring dat God bij de mensen wil wonen, afdaalt om hen te redden, dat is wat de jonge Jezus die dagen van Pasen in Jeruzalem beleeft en wat hij met zich mee zal dragen.

Jezus komt tot geestelijke groei door vragen te stellen. Door in het gesprek open te staan voor de mening van de ander en hoe dat je tot nieuwe inzichten brengt. Wie is er wijs? vroeg me aan een tijdgenoot van Jezus. Degene die leert van elk mens.

 Die tweede naïviteit wens ik je van harte toe voor het nieuwe jaar, die hebben we nodig, als we onze eerste naïviteit al lang zijn  kwijt geraakt.

In je geloof en spiritualiteit, dat je openstaat voor wat van God komt, dat je de verhalen uit de Bijbel niet voor kennisgeving aanneemt, van, zo is het kennelijk gebeurt, maar dat je gaat zien, wat hier verteld wordt heeft met mijn leven te maken. Dat je meegaat in dat leerproces, die geloofsweg van Jezus.

Wat bijvoorbeeld bijzonder is in dit verhaal, is dat de jonge Jezus en zijn ouders met Pasen naar Jeruzalem gaan, dat Jezus dan zoek raakt en dat ze hem na drie dagen vinden. Daarmee wijst Lucas op het sterven en opstaan van Jezus.

Een tweede naiviteit, verwondering, spontaniteit, in je omgang met God en misschien ook wel met je medemens, in je dagelijks leven, je manier van denken. Misschien heb je alle vertrouwen in de mens verloren, maar dat je ontdekt, zonder vertrouwen gaat het ook niet.

Want, stel je voor dat God had gezegd, ik ben te goed voor deze wereld, ik wil niet naïef zijn, dan was Jezus niet gekomen om in alles onze medemens te worden.

Tenslotte: wanneer Jezus en zijn ouders als herenigd gezin terugkeren naar Nazareth staat er dat ze afdalen en dat Jezus zich schikt onder zijn ouders en zo verder opgroeit.

Opgroeien, dat is afdalen, je wordt volwassener als je je meer en beter ondergeschikt kan maken, niet dat je altijd maar volgzaam en onderdanig moet zijn, echt niet, maar dat je leert van je medemens, dat je luistert en doorvraagt, dat je je,kunt verplaatsen in een ander.

Dat stopt niet als je 12 of 21 bent, daar kun je ook opnieuw mee beginnen als je 40 of 60 of 80 bent. Met een nieuwe naïeviteit.

Preek januari 2025

Een wonderlijk bestaen

Rubens, St. Michael verdrijft Lucifer uit het paradijs, wikipedia.org

In zijn voorwoord op zijn treurspel ‘Lucifer’ geeft Vondel toe dat hij voor het dramatische effect gebruik maakt van een theologische opvatting die door sommige, maar niet door alle godgeleerden gedeeld wordt. Hij laat de engelen namelijk voorkennis van de incarnatie (menswording van God in Christus) hebben. Als Gabriël dit aan de opstandige engelen meedeelt, is hun rebellie niet meer te stoppen. In zijn ‘disclaimer’ zegt Vondel voor de zekerheid dat dit gebruik niet betekent dat hij positie kiest in deze discussie. Hij vermoedde zomaar dat dit wel eens gevoelig zou kunnen liggen.

Vondel betoogt ter verdediging van zijn toneelstuk over  de val van een deel van de engelen, dat dit in de  Heilige Schrift wordt beschreven. Omdat deze Bijbelteksten heel summier zijn, ziet Vondel ruimte om zelf motieven en redenen aan te voeren voor hun afvalligheid. Hij noemt hoogmoed en jaloezie als 2 kanten van dezelfde zaak. Lucifer  en zijn medestanders zijn jaloers op de mens die naar Gods beeld geschapen is.  Deze gedachte komt hij tegen bij de kerkvader Cyprianus. Vondel gaat nog verder en laat de engel Apollion die in het paradijs het pasgeschapen mensenpaar heeft geobserveerd afgunstig zijn op hun lichamelijkheid en intimiteit.

Dan kuste hy zyn bruit, en zy den bruidegom

Dan ging de bruiloft in, met eenen wellekom

En brant van liefde, niet te melden, maer te gissen,

Een hooger zaligheit, die d’Engelen noch missen. (135-138)

Helaes! Wy zyn misdeelt; wy weten van geen trouwen,

Van gade of gading, in een hemel, zonder vrouwen. (141-142)

Het idee dat de engelen ondergeschikt zijn aan de mens komen we ook in het Jodendom tegen: Israël is meer geliefd bij God dan de engelen (Babylonische Talmoed Choelien).

Vondel maakt van zijn engelen personages met een eigen psychologie, die met de blik van de buitenstaander het mens-zijn becommentariëren:

Den mensch, in top van Staet en maght, zoo trots verheven,

Dat wy, als slaven, voor zyn heerschappye beven (Lucifer790-91)

Hoe wy, door ’t nieuw bevel, van onze staet vervielen

In eene slaverny der aerde, en zoo veel zielen

Als uit een luttel bloets en zaets te spruiten staen.

Wat is by ons alree mishandel, of misdaen,

Dat Godt een waterbel, vol wint en lucht geblazen

Verheft om d’Engelen, zyn zonen,te verbazen?

Een basterdy verheft, gevormt uit klay, en stof?

Wy waren pas gewyt tot pylers van zyn hof. (842-848)

De gereformeerde predikanten in Amsterdam hebben pogingen gedaan om dit toneelstuk van Vondel te verbieden. Dat God al voor en los van de val van engelen en mensen besloten had om zich te verenigen met de mens, werd door de calvinistische theologen namelijk algemeen afgewezen. Zo lees ik in een artikel van Nico den Bok. (In ‘Wat God bewoog om mens te worden’, gedachten over de incarnatie, 2003)

 In een levendige dialoog tussen de aanhangers van Lucifer en een rei (koor) van trouw gebleven engelen drijft Vondel de discussie op de spits.

Luciferisten: Men had ons nutter dees geheimenis gezwegen.

Rey: De Godtheit openbaert haer hart, tot u genegen.

Luciferisten: Noch milder tot den mensch: zy zet hem boven aen:

Rey: Verknocht met Godts natuur: een wonderlijk bestaen. (890-993)

Eerder schreef ik dat dit een gedachte is die pas veel later in de theologie is uitgewerkt, maar Den Bok laat zien dat Duns Scotus, een middeleeuwse denker hier al heel scherp over heeft nagedacht. Dat het van den beginne Gods plan is geweest om mens te worden, zonde of geen zonde. Menswording is het doel van de schepping. Dat is een theologie waar ik vrolijk van word en waar Vondel God alle eer voor geeft.

Luciferisten: Hoe wil de mensch de kroon der Engelen verdooven!

Rey: Alle engelen zullen Godt in ’t lichaem zien, en loven.

Luciferisten: Zy zullen slyck en stof aenbidden in het stof?

Rey: Bewieroocken Godts naem, met geur, en prys, en lof. (988-91)