Zoek de duif

Augustinusvenster Erfurt

Zoek de duif! In kerkelijke kunst waarin de drie-eenheid is afgebeeld, wordt de Heilige Geest meestal afgebeeld als een duif. Vader, Zoon en Heilige Geest. In die afbeeldingen, schilderijen, beeldhouwwerken gaat de primaire aandacht meestal uit naar de Vader en de Zoon, God en Jezus, die zijn direct herkenbaar. Maar waar is de duif van de Heilige Geest? Die moet je vaak zoeken, die is vaak verstopt, in de schaduw. Als je wat langer kijkt, o ja, daar is ie.

Ook in ons geloof blijft de Heilige Geest misschien wel wat in de schaduw, op de achtergrond, verscholen. En het feest van Pinksteren is daardoor minder een feest waar we naar toeleven, misschien hangt het er voor ons gevoel een beetje bij. ‘Een moeilijk feest’, zei iemand tegen me van de week.

De Heilige Geest staat niet zo centraal in onze geloofsbeleving. Het is zoeken naar de duif. Toch geloven we in de kerk in Vader, Zoon én Heilige Geest. De geloofsbelijdenis van Nicea verwoordt dat mooi, pas hadden we het daar in de kerkenraad over, één van de oecumenische belijdenisgeschriften.

We geloven in de Geest ,die  Heer is en levend maakt, die voortkomt uit de Vader en de Zoon, die gesproken heeft door de profeten, die samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten.

Johan Sebastiaan Bach heeft die geloofsbelijdenis prachtig op muziek gezet in zijn Hohe Messe, mijn favoriete stuk, en dan valt op dat hij in zijn compositie de regel over de kerk daarbij betrekt. Bij het geloof in de geest hoort ook de kerk, de kerk als geloofsgemeenschap, aan elkaar geschonken zijn, dat de vonk overspringt. Zoals over de apostelen wordt verteld met Pinksteren, ze waren allen bij een. Pinksteren is ook een beetje de verjaardag van de kerk.

Waar is de duif? Ik was eens in het Augustijnerkerk in Erfurt, waar Luther als monnik begon. En daar zag ik van die middeleeuwse glas in lood-ramen, prachtig kleurrijk, over het leven van Augustinus. En op 1 van die ramen zag ik een afbeelding van de Triniteit: Vader, Zoon en de Heilige Geest, als een duif in duikvlucht naar beneden. En ik dacht, Luther heeft die duif ook gezien. Een inspirerend moment.

In de protestantse theologie is de heilige geest soms een beetje een hulplijn geworden. De Heilige Geest helpt je om Gods woord te begrijpen, helpt je om in Jezus te geloven en een navolgeling van Christus te zijn.

In het Johannesevangelie gaat het om de vraag wie Jezus is.  Of zijn het vooral anderen die zich dat afvragen en laat Jezus dat zelf in het midden? Gaat het vooral om wat Jezus geeft.  In het gedeelte van vandaag zegt Jezus: “Wie dorst heeft kome tot mij en drinke. Wie in mij gelooft.” Zoals de Schrift zegt: “Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste stromen.”

En let op, wat staat er dan? Jezus zegt dat over de Geest!

De Heilige Geest doet ons in Jezus geloven, dat is waar, maar het werkt ook andersom het geloof in Jezus doet je de Heilige Geest ontvangen, laat de Heilige Geest stromen, ook door jou heen. Stromen van levend water. Een en al levendigheid, sprankelend en springlevend.

God niet alleen met ons, maar ook in ons.

Jezus doet deze uitspraak in de tempel tijdens het loofhuttenfeest, dat is het oogstfeest waarbij er buiten in hutten geslapen wordt, ten teken dat God bij de mensen wil wonen, het Bijbelse beeld dat God een tent bij de mensen opslaat. Dat alle volken dan God zullen zoeken, dat de Eeuwige in alle talen wordt aangeroepen.

Levend water, daarmee wordt van oorsprong stromend water bedoeld. Een van de kerken van mijn jeugd stond in de buurt van een beek, de Eerbeekse beek, en in die kerk stond een doopvont met een Bijbeltekst: “overal waar de beek komt is leven.” Dat komt uit de profetie van Ezechiël over de tempelbeek. Dat gaat over de Geest. (de Eerbeekse beek zelf was nog wel eens vervuild door de lokale papierindustrie). De Geest is het die levend maakt.

De Geest, zeg Joël, wordt uitgegoten op al wat leeft. Met Pinksteren wordt de geest uitgestort, dat wil zeggen, over je uitgegoten als een regenbui.

Juist bij het loofhuttenfeest hoorde een vrolijk waterritueel, waarbij er flink met water werd gegoten, iedereen werd natgespat op het tempelplein. En er werd ook gebeden om regen voor het komende seizoen. Want regen is zegen.

Tijdens dat loofhuttenfeest zegt Jezus: Wie dorst heeft kome tot mij, zegt Jezus en drinke. Ja, je kunt dorst hebben naar de Geest, naar die levendigheid, het stromende water. In de Bijbel is het vaak ook het land dat dorst heeft, dat lijdt onder droogte, dat snakt naar regen.

Ik hoorde een tijdje terug van een biologische boer die een afweging moest maken, ga ik beregenen of niet. Verdroging, verzuring en verzilting van het land. dat is ook vandaag de dag een groot probleem, letterlijk, figuurlijk toch ook. Dat de samenleving dorst heeft naar inspiratie en zingeving en perspectief. Dat mensen elkaar gaan verstaan, willen begrijpen.

 Kom tot mij en drink, wie in mij gelooft, zegt Jezus, in mijn boodschap, in het leven dat ik breng. (Het verhaal vertelt dan verder dat er een discussie ontstaat over wie Jezus is, een profeet of de messias, maar opvallend, Jezus laat dat in het midden, het gaat hem om vertrouwen in wat hij geeft, hij laat je je dorst lessen bij de bron.)

Dan gaat het stromen. Kun je zelf een bron worden van kracht, van inspiratie, van leven? Het begint ermee dat je een verlangen hebt, dorst noemt Jezus het.  

De Geest was er nog niet. Dat is niet verkeerd om te beseffen. Dat het ons aan geestkracht en geestdrift ontbreekt, geen leven, dat het niet stroomt, geen flow. Stilstaand water. De duif laat zich niet zien.

En het huidige politieke klimaat kun je als geestdodend ervaren, het beneemt je de adem.

Aan het kruis heeft Jezus dorst, hij sterft van de dorst en dan staat er, geeft Hij de Geest. Dan gaat het stromen en met Pinksteren stroomt het over.

Zoek de duif, dat is volgens mij de manier om vertrouwen te vinden, waar zie je de geest aan het werk, de geest die vrede zoekt en dorst naar gerechtigheid, de geest die leven maakt. Dat is vaak in de schaduw, het is een onderstroom, de geest waait waarheen zij wil. En het mooie is en dat is wat Pinkteren vertelt, de duif zoekt ons. Een plek om te landen, de duif van Noach zoekt een landingsplek, in die gedaante daalt de geest op Jezus neer als hij gedoopt wordt in de Jordaan, die geest heeft Jezus je beloofd. Want God wil wonen bij de mensen.

Preek Pinksteren 2025 Dorpskerk Barendrecht

Alles gemeenschappelijk

Genadestoel, God de Vader, Christus en de Heilige Geest, ca. 1420, Rijksmuseum

‘En ze hadden alles gemeenschappelijk’ (Handelingen 4)

Vorige week zag ik de film ‘Adam, waar ben je’ over een grieks-orthodoxe kloostergemeenschap op de heilige berg Athos. Gemaakte door een oekraiense filmmaker trouwens. Wat vooral in beeld werd gebracht is hoe de monniken samen werken, bijna alles samen doen, olijven oogsten, vissen, metselen, bidden, eten en lachen. Ze hebben immers alles gemeenschappelijk. En tegelijkertijd is er groot respect voor het individu, voor het eigene van ieder mens, dat is heilig, heilige grond mag je zeggen.

De tekst uit Handelingen is van grote invloed geweest op het ontstaan van kloosters, de leefgemeenschappen van monniken die zoveel hebben bijdragen aan de vorming van ons culturele landschap. Het huis waar wij wonen staat in de predikherenstraat, genoemd naar de kloosterorde van de dominicanen, bedelmonniken die predikheren werden genoemd, zij zouden vreemd opkijken van een koophuis in hun straat

Toch hoef je dit prille begin van het christendom niet te lezen als een afwijzing van prive-bezit en persoonlijk eigendom, een communisme avant la lettre. Geinspireerd en vervuld door de Heilige Geest beschouwen de gelovigen hun spullen, huizen, grond en geld als gemeenschappelijk, als iets om te delen en door te geven. Het gaat om dat gezamenlijke leven. Niet om hebben, maar om zijn. Ik denk dat het te maken heeft met de economie van het genoeg waar de pas geleden overleden Bob Goudzwaard vele jaren geleden al voor pleitte.

Gewoon durven vragen: Mag ik iets van je lenen. De econoom Paul Schenderling die schrijft over leven van genoeg vertelt in een interview hoe hij besluit om geen nieuwe tuinset te kopen, maar als hij bezoek krijgt en het is mooi weer vraagt hij aan een buurman of hij tuinstoelen kan lenen en die is maar wat blij dat hij kan helpen. ‘Alles gemeenschappelijk.’

En is het goed en is het nodig, vroegen wij ons af, dat we deze zomer een zwembad optuigen en vullen met water, terwijl het voor kinderen veel leuker is om bij een vriendje of vriendinnetje af te spreken met ook zo’n zwembad in de tuin.

Jan Peter Balkende heeft net een boek geschreven ‘kapitalisme opnieuw verbonden’, dat gaat ergens ook over dit thema. Moet hij dan maar de nieuwe premier worden? dat is een andere discussie.

De menigte, de aanwezigen worden vervuld met de heilige geest, net als vorige week met Pinksteren vindt er in de lezing een uitstorting van de geest plaats. De Geest is iets gemeenschappelijks, de geest deelt gaven uit aan ieder, en de Geest overstijgt de discussie over particulier en collectief bezit, mijn en dijn, want het is de geest van God, van boven, hij komt uit de hemel staat er.

En dat wil zeggen, wat hier gebeurt is niet mijn menselijke initiatief, mijn vermogen, maar wat God geeft en gunt. Zoals Jaap Zijlstra het met humor heeft gedicht in zijn Pinksterlied: wij leven van de wind

Het Bijbelse grondwoord daarvoor is genade. Dat wat je niet kunt kopen of verkopen. In de NBV-vertaling staat: God begunstigde allen rijkelijk. Een grote genade was op hen allen.

De adem van God, de lucht die we inademen is niet van mij of van ons, en toch gaat die door mij en door ons heen.je

Dankzij die genade getuigen de apostelen van de opstanding van Jezus de Heer. De Heer Jezus, Jesous Kurious hoe de gevoelswaarde daarvan goed weer te geven? Het betekent niet de opstanding van meneer Jezus, het is meer de opstandig van Jezus als Heer, tot Heer. Hij is opgewekt, hij leeft, wil zeggen. De dood is niet de laatste macht over ons leven, het kwaad is niet de eindbaas in deze wereld. Dankzij Jezus ga je vertrouwen, geloven, dat het goede, de kleine goedheid om met Levinas te spreken, recht van spreken heeft, doorzettingsmacht zal hebben, de weerloze overmacht van de liefde.

Dus als ik me inleef in het verhaal van Handelingen, dan zie ik dat zo voor me, dat die gemeenschap van diverse vrouwen en mannen met allerlei achtergronden, arm en rijk, allochtoon en autochtoon, dat ze allemaal geraakt zijn door het lijden van Jezus, die kansloos de dood werd ingejaagd, het toppunt van willekeur en cynisme en wreedheid, dat beneemt je de adem, dat ontneemt je alle vertrouwen,  hoe kun je geloven dat het goedkomt met deze wereld. 

Dan rest er niets dan maar voor jezelf te leven. En dan die verrassende apotheose, God draait het om, maakt van die moord op Jezus een nieuw begin, hij leeft en zijn geest komt in ons. Hij staat ook in ons op.

Dat heeft op die eerste gelovigen het bijzondere effect dat ze hun bezittingen, hun huizen en grond verkopen en de opbrengst ter beschikking stellen van de gemeenschap. En 1 persoon wordt er dan uitgelicht, Jozef, bijgenaamd Banabas, de latere metgezel en reisgenoot van Paulus.

Hij was een Leviet, net als Mozes, en hij kwam uit Cyprus. Dat is niet gek, het Jodendom was toen al verspreid over de gehele wereld. En Cyprus is niet ver van Israël, ook nu liggen daar de hulpgoederen klaar van de internationale gemeenschap om naar Gaza verscheept te worden.

Toch prikkelt het mijn verbeelding, wat moet een Leviet op Cyprus, vakantie-eiland, belastingparadijs. En belangrijker, hij heeft grond om te verkopen, maar volgens de Tora beschikten de levieten niet over eigen grond, geen eigen land, want staat er, ze doen dienst in de tempel en hebben de Eeuwige als hun erfdeel. God is de grond van hun bestaan. Dat is hun roeping.

Dat was natuurlijk een utopie, een ideaal, en Levieten konden toch niet allemaal in de tempel werken en je moest toch ergens van leven, maar dankzij de boodschap van de apostelen, dankzij de komst van de heilige geest, wordt het ideaal nieuw leven ingeblazen. Wij leven van de wind: Adem van God, vernieuw ons bestaan.

De Eeuwige zelf is hun erfdeel. Dankzij Pinksteren, komt God in ons. De brandende braamstruik op de Sinaï kan daarvoor een beeld zijn. God stelt zich voor aan Mozes, maakt zich bekend. Ik ben er. Ik zal er zijn. De Naam die niet wordt uitgesproken. Het is een heilig moment. Mozes moet niet te dichtbij komen, het is voor mensen niet te vatten.

Toch wil deze God er zijn, voor ons, en de gloed van die aanwezigheid vuurt je aan, maar verteert je niet. De adem van God vervult je, gaat door je heen, maar je wordt er niet minder mens van.

Barnabas kan zijn akker verkopen omdat hij het niet meer als zijn persoonlijke bezit beschouwt, niet van z’n eigen. Maar van en voor de Heer. Ook als geloofsgemeenschap in Barendrecht mogen we zo naar ons kerkelijke bezit kijken en onze grond, heilige grond?

Een mooi voorbeeld vind ik toch de groenstrook achter de oude pastorie, ingericht als een voedselbos voor onze medeschepselen. Prachtig die foto’s van de egeltjes die daar zijn uitgezet en op hun manier de Schepper loven door rond te scharrelen, ook zij getuigen van Gods Geest die in ons ademt.

Op de zondag van de Drie-Eenheid vieren we dat God gemeenschap is in zichzelf, verbinding, onderlinge saamhorigheid van Vader, Zoon en Heilige Geest die alles gemeenschappelijk hebben en in dat leven van dienen en delen mogen wij meedoen en er zelfs van vervuld raken.  Adem van God, vernieuw ons bestaan!

Preek 26 mei, zondag Trinitatis, Barendrecht

Pinksteren – Blijf de aarde trouw

Peter Paul Rubens, Nederdaling van de Heilige Geest, KMSKA, artinflanders.be

 “Blijf de aarde trouw, broeders”, zo spreekt de filosoof Friedrich Nietzsche in een van zijn werken, hij bedoelde dat anti-christelijk, want het hemelgeloof van zijn tijdgenoten nam hij maar wat graag op de korrel. Maar het zou zomaar kunnen dat dit devies ‘blijf de aarde trouw’ heel sterk overeenkomt met de betekenis van het Pinksterfeest, want wat er met Pinksteren gebeurt is dat God de aarde trouw blijft, zijn vurige liefde betoont. Niet voor niets heet de Pinkstercantate van Joh. Seb. Bach ‘o Ewiges Feuer, o Ursprung der Liebe’. Pure hartstocht.

Blijf de aarde trouw, dat is eigenlijk al het thema van Hemelvaart. . Het voorprogramma van Pinksteren, want als de Heer is opgestegen, krijgen de leerlingen te horen dat ze niet naar boven moeten blijven staren: “Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken, Jezus die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen.” De blik van de discipelen wordt zo weer terug geleid naar de aardse realiteit.

En met Pinksteren wordt duidelijk dat het waar is dat God de wereld liefheeft, heel de aarde komt in beeld, alle volken en talen, God laat niet langer op zich wachten, maar komt als heilige geest over de discipelen en de vonk slaat over naar allen die daar in Jeruzalem aanwezig zijn, vanwege het Pinksterfeest.

Want dat werd dus al gevierd, en die joodse oorsprong van Pinksteren is van belang, het is niet van joods in een christelijk feest veranderd, het is een samenhangend Bijbels gebeuren. Het wordt wel eens verzucht:‘wat vieren we nu eigenlijk met Pinksteren, wat moet ik me voorstellen bij de Heilige Geest?’

Dan moet je eerst bedenken waarom in het Nieuwtestamentische boek Handelingen allen bijeen zijn op dat Pinksterfeest, 50 dagen na Pesach en waarom al die mensen in Jeruzalem verzameld zijn. Dat is om te vieren dat de Eeuwige een verbond heeft gesloten met zijn volk bij de berg Sinaï, als ze Egypte ontvlucht zijn en in de woestijn beland. Op voorspraak van Mozes hebben ze zich laten meenemen, in naam van een hen onbekende God en daar bij de berg Sinaï, daar leren ze deze God echt kennen, want de Eeuwige daalt af,  komt naar de aarde toe.

Met Pinksteren wordt in de synagoge gelezen, uit Exodus 19 en 20 waar de Eeuwige neerdaalt op de berg Sinaï om het volk een verbond (met de 10 leefregels!) aan te bieden. Een regeerakkoord waardoor je zult leven.

Maar als God verschijnt, daar op de berg, is dat een heftig incident, om het zomaar te noemen. De aarde schudt op haar grondvesten, donder en bliksem, een angstaanjagend natuurgeweld, God daalt af in vuur, alles in lichterlaaie, mensen die hier in Barendrecht de brand bij ‘de Kleine Duiker’ hebben gezien, kunnen invoelen hoe overweldigend dat is.

De aanwezigheid van God is wel eens omschreven als fascinerend en vreeswekkend tegelijkertijd. Je staat te trillen op je benen.

Maar let op, God verschijnt, daalt af, om een verbond aan te bieden, om zijn volk te vragen het met zijn geboden te wagen, om voortaan samen op te trekken. En je zou kunnen denken, als God dat wil, dan zit zijn verschijning hem wel wat in de weg. Als die zoveel schrik aanjaagt.

Dus daar zat ik over na te denken, als het God te doen is om dat verbond, waarom dan fascinerende en vreeswekkende natuurverschijnselen, die je de stuipen op het lijf jagen bij dat Pinkstergebeuren, de uitstorting van de Geest, zowel in Exodus als in Handelingen.

Daar zat ik over na te denken en toen was ik afgelopen woensdag hier in de kerk bij de voorstelling ‘de kleine goedheid’ van Pauline Seebrechts en zij vertelde hoe overweldigend, hoe schokkend het is… om een medemens (in nood) werkelijk te zien. Om het lijden van een ander tot je door te laten dringen. Kijk en laat je raken, was haar samenvatting van het denken  van de Joodse filosoof Levinas.

Met God mee gaan ademen…

Want de aarde trouw blijven, de medemens zijn toegedaan, dat is geen eenvoudige opgave, daar zit spanning op, de vonken springen ervan af, dat de volken elkaar werkelijk gaan verstaan, dat is allerminst vanzelfsprekend, dat knettert en dat knalt.

Dus ik denk dat het vuur en de bevingen en de donderslagen bij dat neerdalen van God, dat is meer dan decor, dat laat zien dat het in die vurige hartewens  van God om met zijn mensen op te trekken, om iets ontzettend spannends gaat, dat God daar zelf in vrees en beven aan begint, het is gevaarlijk terrein.

Het vuur dat uit de hemel neerdaalt, dat is Gods Geest en die zet je er toe aan om een coalitie aan te gaan met deze God, en dat is ergens spelen met vuur. Om in een moeilijke situatie je geweten te volgen. Om de schokkende ervaring dat een medemens je vraagt om recht te doen. Om te  blijven geloven in een wereld waarin de volken elkaar verstaan.

Er is een rabbijnse legende  die vertelt  dat toen Mozes opsteeg naar de hemel om de Tora te ontvangen, die dienende engelen protesteerden bij God. “waarom geeft U het kostbaarste bezit aan stervelingen en niet aan ons.” God vroeg aan Mozes om antwoord te geven: Mozes keerde zich naar de engelen en zei: Er staat in de Tora: ‘neem de sabbat in acht, want het is een heilige dag”. Werken jullie, engelen, zodat jullie een rustdag nodig hebben? Er staat in de Tora ‘Toon eerbied voor jullie vader en moeder.’ Hebben jullie ouders die eer behoeven? Er staat in de Tora: ‘pleeg geen overspel.’ Hebben jullie, engelen, een neiging tot overspel zodat een dergelijk gebod noodzakelijk is?’ Daarop hielden de engelen op om bezwaar te maken.

Deze legende vertelt dat het deze aardse werkelijkheid van pijn en moeite, van zorg en spanning is, waar God zich mee verbindt, waar hij zijn regeerakkoord voor heeft geschreven, waarin zijn Geest afdaalt. Om bondgenoten en geestverwanten te zoeken.

God bllijft de aarde trouw. En Pinksteren roept je op om met God mee te gaan ademen.

Wanneer Petrus tijdens dit feest dankzij de uitstorting van de geest de menigte toespreekt, wordt hij geïnspireerd door de profetie van Joël: “Ik zal mijn geest (Hebreeuw ‘Ruach’: adem, wind) uitstorten op al wat leeft’.

God daalt af, wil wonen in onze werkelijkheid. Ik zal mijn Geest uitstorten op al wat leeft. Preciezer vertaalt staat er ‘op elk vlees’. Alle vlees staat er in oudere vertalingen, onze sterfelijke realiteit. Dat lastige leven van ons.

Blijf de aarde trouw, zusters en broeders, want God blaast zijn geest over je heen om op deze aarde daadwerkelijk zijn bondgenoot en geestverwant  te zijn. Amen

Nabijheid

Vincent van Gogh- de Barmhartige Samaritaan

Toen sprak de Heer: ‘Er is een plaats op de rots waar je dichtbij mij kunt komen staan.’(Exodus 33:21)

Het mooiste wat je iemand kan toewensen is misschien wel de nabijheid van God. Iemand zou daarop de vraag kunnen stellen: ‘Wat bedoel je daar nu precies mee, ik voel het wel ongeveer aan, maar wat ervaar je dan?’ Daarover gaat het als Mozes de berg opgaat om de Heer te ontmoeten.

Als God in Exodus neerdaalt op de berg Sinaï, het Pinksterverhaal van het Oude Testament, dan gaat het eerst over afstand houden, het volk Israël moet eerbiedige afstand houden tot de berg, God sluit dan een verbond met zijn volk.

Daar kunnen we ons in deze tijd iets bij voorstellen, dat je ondanks dat je niet bij elkaar kunt komen toch verbonden bent. Zo ervaren we momenteel onze kerkdiensten, zo ervaar je het als je gebeld wordt, als je een lief berichtje krijgt.

Toch blijf je iets missen. Het echte contact, de spontane aanraking, de daadwerkelijke nabijheid van vrienden, even bij iemand langsgaan, het elkaar ontmoeten in de kerk. Daar kan geen videoverbinding tegen op. Denk aan de uitspraak van Jezus: Waar 2 of 3 in mijn naam verenigd zijn ben ik in hun midden.

Je mist het contact, met een mooi woord wordt dat wel ‘huidhonger’ genoemd of ‘aanrakingsverlangen’. Van Jezus wordt een aantal keren gezegd dat hij mensen aanraakte, juist degenen  waar iedereen met een boog van anderhalve meter of meer om heen ging, omdat ze melaats waren of ziek of onrein. En hij voelde het ook als hijzelf werd aangeraakt.

Ik  merk ook aan mezelf dat ik door gebrek aan persoonlijk contact uit mijn doen raak, eerst dacht ik dat ik daar wel tegen kon en wat extra ruimte voor mezelf  wel prettig vond, maar steeds sterker besef ik dat je de nabijheid van je naaste niet kunt missen. Niet dat ik iedereen een hug wil geven,  maar het raakt je als je nooit wordt aangeraakt.

God vraagt Mozes een aantal keer om de berg op te komen, ze zijn vertrouwelijk met elkaar in gesprek. Dan vraagt Mozes of hij de heerlijkheid van de Heer mag zien. Een gewaagd verzoek, maar  God gaat daarin mee. Hij zegt:  “Je kunt mijn gezicht niet zien, dat kan geen mens, maar je zult wel mijn nabijheid ervaren. Ik ga bij je langs en Ik bescherm je met de binnenkant van mijn hand.”

Kun jij dat nu ook ervaren, de nabijheid van God?  Niet iedereen heeft natuurlijk zo’n ervaring als Mozes. Maar je hebt ergens wel hetzelfde aanrakingsverlangen, dezelfde behoefte aan nabijheid.

 In de zegenbede van de kerk, vaak aan het einde van de dienst, zegent de predikant de gemeente met de gemeenschap van de Heilige Geest, dat is de nabijheid van God door zijn geest. Ik geloof dat die kracht van God dan met ons en in ons is, dichtbij aanwezig. Dat is Pinksteren.

ook verschenen als meditatie in Contactruimte, kerkblad van de Protestantse Gemeente Fijnaart, Heijningen en Standdaarbuiten

Pinxterzang De wind in de zeilen

bron: http://www.grotekerknaarden.nl

De schilderingen op de gewelven in de grote kerk van Naarden vormen steeds een tweeluik, bij ieder heilsfeit hoort een nieuwtestamentische en een oudtestamentische voorstelling. Bij Pinksteren staat naast het verhaal van de uitstorting van de Heilige Geest volgens Handelingen 2, de verbondsluiting op de Sinaï, de gave van de Thora, bezegeld met de overhandiging van de 10 geboden aan Mozes. Dit is inderdaad wat de synagoge met Pinksteren viert. In ben benieuwd in hoeverre dit bekend was toen deze schilderingen in 1518 werden gemaakt.

In de 2 Pinksterliederen die Vondel 100 jaar later schreef voor het liedboek van zijn doopsgezinde gemeente, komt deze oudtestamentische betekenis van Pinksteren niet voor. Wel spreekt hij van de wet die Christus in de harten van de gelovigen schrijft, in overeenstemming met de doperse traditie. En Christi wet die eeuwich blijft/ In ons ghemoet en sinnen schrijft.

De eerste Pinxterzang van Vondel is een verhalend gedicht naar Handelingen 2, het tweede een gebed tot de Heilige Geest, gemakkelijk mee te zingen op de wijs van Psalm 100. In dit lied verwerkt hij verschillende metaforen en namen voor de Heilige Geest die hij ontleent aan de christelijke traditie: Tortel-duyf, Vertrooster, vinger Gods, hemeldauw, Fontein, Goddelijk vuur. In het laatste couplet wordt de Geest ‘Wind des Heeren’, genoemd. Dat is een beeldspraak die uit de Bijbel komt, het Hebreeuwse ‘ruach’ betekent ‘wind, adem, geest’, maar die ik dan weer niet tegen kom in de oudchristelijke hymnen. Heeft Vondel dit ergens vandaan of is dit beeld ingegeven door de opkomst van de zeevaart in zijn Amsterdam?

Ghy Wint des Heeren weest doch mee

Ons zielen schip in swerelts Zee

Op dat wy vry van schipbreuk dan

Landen in ’t hemels Canaan.