Verplaats je eens

Preek bij Lucas 14 en Deuteronomium 24:17-22

Een waterzuchtig mens, iemand die teveel vocht vasthoudt, oedeem. Dat kan diverse oorzaken hebben, ook door een tekort aan gezond eten, een hongerbuikje. Dat past in het verband van het verhaal, iemand die lijdt aan voedselgebrek, die misschien geen eten kan kopen en zich daarom in het huis van de gastheer ophoudt in de hoop een restje te krijgen.

Jezus haalt hem er bij, neemt hem bij de hand, geneest hem en stuurt hem weg. Laat hem los, staat er. De waterzuchtige hoeft er niet te blijven om zijn hand op te houden voor een stukje brood, Jezus verlost hem van zijn vernederende situatie.

Vorige week sprak ik een straatkrantverkoopster. En zij vertelde, dat ze zo graag een normaal leven wilde voor haarzelf en haar gezin. Het geluk waar ze naar verlangde.

Perspectief. De sabbat, de 7e dag, als God zelf rust van zijn werk, is in de Bijbel het teken van toekomstperspectief. Dat er verlossing zal zijn voor de schepping.

Jezus, uitgenodigd op die maaltijd, wordt scherp in de gaten gehouden, maar hij kijkt ook zelf goed om zich heen, naar wat er gebeurt, hij observeert. En hij ziet dat de gasten ergens heel druk mee zijn, met zichzelf, met hun positie, met hun plek, ze willen de beste plaatsen.

Om dat aan het licht te brengen vertelt Jezus dan een gelijkenis, over een ander feest, niet zomaar een feest, maar een bruiloftsmaal. Stel je voor, zegt hij dan, dat iemand van jullie daar op de beste plaats gaat zitten. Oftewel op de plek van het bruidspaar.

Denk je in dat daar iemand uitgenodigd zou zijn die belangrijker is dan jij. Ja natuurlijk is die er, de bruidegom, de bruid. Dus als je dan in het middelpunt van de feestvreugde plaats zou nemen, dan word je natuurlijk weg gestuurd, hier niet.

Maar andersom, als je achteraf gaat zitten, dan word je erbij gehaald door de gastheer, kom dichterbij, zoals Jezus bij de hongerige man met oedeem deed.

Wat wil Jezus duidelijk maken. Wees niet zo bezig met je positie, je plek die je inneemt ten opzichte van anderen, hoe gaat het met mijn carrière, mijn positie op de maatschappelijke ladder, mijn sociale status, de waarde van mijn huis. Wees niet zo ik-gericht, maak jezelf niet tot het middelpunt waar alles om moet draaien.

Want wie zichzelf verhoogt, zal worden vernederd, wie zichzelf vernedert, wordt verhoogd. Ik zat eerlijk gezegd nog een beetje te puzzelen, zegt Jezus dat over hoe het gaat in onze wereld of over het koninkrijk van God?

In onze wereld is het ook zo dat degene die zich vandaag verheven voelt boven een ander, morgen de onderliggende partij kan zijn, niets is zo grillig als je populariteit in de peilingen, ze kunnen je zo laten vallen, wie voorsorteert op een overwinning, trekt aan het kortste eind.

Die grilligheid, die onzekerheid maakt dat mensen in onze wereld heel erg met hun positie, hun plek bezig zijn. Bewust en onbewust. Sommigen heel zelfverzekerd, die nemen hun ruimte wel. Anderen juist heel onzeker. Welke plek mag ik innemen?

In het koninkrijk van God gaat het gelukkig anders. Ook daar worden de eersten de laatsten en de laatsten de eersten, maar daar is het niet iets om stress van te krijgen, heb ik wel de goede plek, maar om vrolijk van te worden. Je bent uitgenodigd, welkom aan de tafel van de Heer, kind aan huis.

Dan draait het niet om jou, dan ben je verlost van je ego, want er is iemand belangrijker dan jij, de Gastheer, die zorgt dat niemand tekort komt, dat het feest wordt gevierd.

Jezelf vernederen betekent bij Jezus niet jezelf om laag halen, je zelf verstoppen of je klein maken, maar bevrijd worden van je egocentrisme, jezelf niet belangrijk maken, ruimte maken voor een ander. Kun je dat?

Dan ben je gelukkig zegt Jezus, dan ben je gezegend zegt Deuteronomium. Dus het is geen strategie, geen berekening, maar vreugde, dat je weet dat God ruimte voor jou maakt, voor jou al een plaats heeft bereid.

Dat geloven we ook voor degenen die we vandaag gedenken, die gestorven zijn. Het evangelie spreekt van de opstanding van de rechtvaardigen. Dat we met Christus, de ene rechtvaardige, mogen opstaan.

In onze wereld is iedereen bezig zijn plekje te verdedigen of te veroveren, jezelf verhogen noemt de Bijbel dat, maar Jezus heeft daar niet aan meegedaan. De ene die zich niet verhoogd heeft, maar vernederd. Hij stierf de dood aan kruis, de slechtst denkbare positie, maar dat werd zijn verhoging. Omdat God hem uit de dood heeft opgewekt.

Het hele evangelie van kruis en opstanding, sterven en herleven zit in deze gelijkenis. Zoals het ook zit in de lofzang van Hanna die we zo zingen.

Wie breed aan tafel zat

En lekkernijen at

Leert schamel brood te prijzen

Maar wie gebrek leed is,

Gezeten aan een dis

Vol uitgelezen spijzen.

De Heer, zijn naam zij lof

Werpt levenden in ’t stof

Doet doden weer herleven

De trotsen slaat hij neer

Geringen wordt de eer

Van edelen gegeven.

Jezus koppelt er wel een advies aan, zoals Mozes in Deuteronomium het volk geboden meegeeft. Als ze op het punt staan het beloofde land in te gaan. Als je gezegend wil zijn, zegt hij, bedenk dan dit, knoop het in je oren.

Dat je zelf slaaf was in Egypte, buig dan niet het recht van de behoeftigen, buit ze niet uit, breng ze niet in een onmogelijke positie. Dat moet een gebod voor je zijn, een gouden regel.

Geef ruimte aan de vreemdeling, de wees en de weduwe, dat ze aan leven toekomen. Een normaal leven.

Mozes geeft als voorbeeld de oogst van olijven, graan en druiven. De drie producten die in de bijbel bij het goede leven horen. Olie, brood en wijn. Daar moeten ze niet van buitengesloten worden. Je haalt niet alles naar je toe, je laat wat voor een ander over. Dan zal de Eeuwige je zegenen zegt Mozes.

Jezus zegt: dan ben je gelukkig, zalig in de oude vertaling, het is een zaligspreking. Als je op je feestje uitnodigt wie arm, kreupel, verlamd en blind is. Want zij kunnen niks voor je terug doen? Prachtig psychologisch inzicht.

Waar wordt je nu echt gelukkig van. Als je onbaatzuchtig kan zijn, iets doen zonder dat je een tegenprestatie verlangt. Voor velen is dat vrijwilligerswerk, iets doen voor de kerk, voor de samenleving, zonder dat je er iets mee moet verdienen. Heerlijk.

Toen we het met een gespreksgroep over deze tekst hadden, herkenden we dat, maar  vonden we juist het voorbeeld van Jezus ingewikkeld. Want juist een feestje geef je voor je familie en vrienden. En die zijn toch ook belangrijk. Dat geeft wel aan dat Jezus het ons niet zomaar gemakkelijk maakt. Het evangelie blijft een uitdaging.

Maar Jezus heeft wel gelijk, als je een vreemde helpt, dan kan die zomaar zeggen ‘God zal je belonen’. Daar doe je het niet voor, daar hoef je het ook niet voor te doen, want de Heer heeft al een plek voor jou, maar het is toch goed voor je ziel. Het geluk van de ander is jouw geluk.

Een mosterdzaadje

Hendrik van Balen, allegorie op de aarde, Musee de Flandres, Cassel

Preek 23 augustus bij Lucas 13:10-21

In de vakantie waren wij in West-Vlaanderen, een mooi heuvellandschap, maar ook een beschadigd landschap, want overal de sporen van de Eerste Wereldoorlog. Vooral heel veel witte kruisjes op de militaire begraafplaatsen. Tienduizenden soldaten, jonge soldaten, liggen er begraven. Uit heel de wereld.

In het stadje Poperinge, in de oorlog achter de frontlinie – je ziet bordjes die je de weg wijzen naar de dodencellen en executieplaatsen- bezochten we het Talbothouse. Dat was een opvangplek voor Engelse soldaten, waar hun lichaam en geest tot rust konden komen, opgericht door een legerpredikant, Talbot.

De gids die ons rondleidde vertelde dat het doel van het huis was de soldaten lichamelijk en geestelijk rust geven, en ook het koninkrijk van God verkondigen.

Het koninkrijk van God verkondigen, daar moest ik wel over nadenken, hoe doe je dat, temidden van de wreedheden van de oorlog.

Misschien dat er werd gedacht, het koninkrijk van God, dat is de bestemming van de ziel. Als je hier op aarde de dood in wordt gejaagd, dan overleeft je ziel, die gaat naar de hemel. Dat zou dan het koninkrijk van God zijn.

Ik corrigeer mezelf. Daar moet ik niet te min over denken. Voor de soldaten die geen keus hadden en in een zinloze oorlog waren beland, was dat ergens hun enige troost, hun laatste houvast, voor zichzelf en de talloze maten, die gesneuveld waren. Dat ze een ziel hadden, gekend bij God.

Toch is het niet wat Jezus bedoelt, het koninkrijk van God als toevluchtsoord van de ziel. Maar wat dan wel? Jezus spreekt in gelijkenissen. Het koninkrijk lijkt op, nee is gelijk aan een mosterdzaad. Het heeft me altijd aangesproken. Als jongen heb ik eens mosterdzaadjes gezaaid in de tuin, dat groeide geweldig en bloeide mooi. Niet dat we er mosterd van maakten of zo. Bij Jezus is het zelfs een boom die uit dat ene zaadje groeit. Een boom waar de vogels van de hemel hun nest in maken.

Een wonder, zeker als je bedenkt dat de mosterdboom juist in de droogste gebieden groeit.

Een sterk beeld dat er uit een miniscuul zaadje, een boom groeit die zich vertakt en een schuilplaats biedt aan de vogels.

Ik vind het prachtig dat Jezus dit verhaal vertelt. Het gaat over de samenwerking tussen mens en natuur. Iemand zaait het in de tuin en de vogels hebben er profijt van.

Het gaat over groeikracht, de groeikracht van het koninkrijk, dat klein begint en zich vertakt over de aarde. En dat God zelf aanwezig is in het kleine en kwetsbare.

In Jezus zelf, die ene mens, die  gedood werd, begraven werd in een tuin en toen Pasen, opstanding, de dood overwonnen, hemel en aarde komen tot elkaar. De hemel komt naar de aarde toe, dat is volgens mij wat er bedoeld wordt met de vogels die hun nest bouwen in de boom. Het begint met één zaadje dat ten onder gaat. Het was al heel klein en dan verdwijnt het in de grond, maar het brengt de hemel op aarde.

Iemand zei eens: ‘Jezus predikte het koninkrijk van God en wat er kwam was de kerk’. Wat mij betreft moeten we daar niet cynisch over te doen, ik ben blij dat de kerk er is, zonder kerk zouden we niet beter af zijn, maar de kerk is nog niet het koninkrijk.

De kerk vertelt in woord en daad het verhaal van het koninkrijk. De geloofsgemeenschap houdt de hoop en verwachting in ons levend. Dat is wat Lucas wil vertellen met wat er gebeurt voorafgaand aan de gelijkenis van het mosterdzaadje. Als Jezus op sabbat in de synagoge is en onderwijs geeft. Waarover? Het lesmateriaal is bij Jezus steeds het koninkrijk van God.

En dan is daar iemand. Iemand waar waarschijnlijk over heen gekeken wordt. Want ze kan niet rechtopstaan, ze is krom gebogen.  En dat is al 18 jaar zo, men weet niet beter dan dat het zo is.

Het komt door een geest die haar ziek maakt, staat er. Dat is in het evangelie geen medische diagnose. Lucas wil ermee zeggen dat haar situatie ergens symbool voor staat. Voor onze menselijke toestand. Dat wij gebukt gaan. Het is de situatie van de Israëlieten in Egypte, als ze gebukt gaan onder dwangarbeid, krom liggen en om hulp roepen. En dan denkt God aan zijn verbond met Abraham.

18 jaar, dat is natuurlijk altijd een vraag, waarom 18 jaar, heeft het getal 18 een betekenis? Je denkt dan aan het zogeheten 18-gebed in de synagoge, met 18 voorbeden die op sabbat werden uitgesproken. Maar dat had toen nog niet die vorm.

Ik vermoed dat de betekenis erin zit dat 18 een meervoud van 6 is en dus niet van 7. Het is sabbat, de 7e dag, maar voor deze vrouw wil het maar geen sabbat worden. 6 is Bijbels het getal van de mens, op de 6e dag wordt de mens geschapen, maar zonder sabbat ben je als mens niet compleet.

Je moet werken en zo, huiswerk maken, stofzuigen, grasmaaien, maar de bedoeling is niet dat je alleen maar over je werk je gebogen bent totdat je krom ligt, de bedoeling is dat je je uitstrekt, je uitstrekt haar Gods koninkrijk.

Want de sabbat staat voor verlossing. Dat je viert, er naar uitkijkt dat deze wereld verlost zal worden. Dat het koninkrijk van God, hoe klein het ook begint, doorzet en zich alom vertakt. ‘De schepping is in grote nood en kijkt reikhalzend uit naar verlossing’, zegt de apostel Paulus.

‘Verlossing’ is het woord is dat Jezus gebruikt. Wees verlost van je zwakheid. Van het in jezelf gekeerd en op jezelf gericht zijn. Luther noemt het in jezelf gekromd zijn.

Jezus maakt dat je wordt opgericht, dat je gericht bent op Gods koninkrijk. Dat is niet alleen de redding van je eigen ziel, maar verlossing voor heel de schepping, voor al wat leeft.

Niet zomaar gebruikt Jezus het voorbeeld van dieren, de os en de ezel die worden losgemaakt, ook op de sabbat, om te laten drinken. De os en de ezel worden immers ook in het sabbatsgebod genoemd. Dan zul je geen werk doen, en ook je os en ezel niet. Het roept ook wel de vraag wakker hoe wij met dieren omgaan, in onze bio-industrie.

En deze dochter van Abraham, zo noemt Jezus de vrouw, laat het voor haar des te meer sabbat zijn.  Zij mag een fiere vrouw zijn, rechtop door het leven gaan. Dat is actueel in deze dagen, waarin we ons bewust zijn van het vele geweld tegen vrouwen. Vrouwen en meisjes moeten veilig over straat kunnen, rechtop kunnen lopen.

 Een dochter van Abraham, zo kun je de kerk, onze gemeente, ook noemen. Als ze een geloofsgemeenschap wil zijn die niet in zichzelf gekeerd is, maar zich uitstrekt naar Gods koninkrijk, zich inzet en bidt voor de verlossing van de wereld.

En, dat is het prachtige van die gelijkenis van het ene mosterdzaadje, met ons kleine daden en kleine geloof kan de Heer iets beginnen. Dat is het koninkrijk van God

Amen.

Wij zijn de oudste en de jongste zoon

preek bij Genesis 48 en Lucas 15, Dorpskerk Barendrecht zondag Laetare 2025

Iemand had 2 zonen, zo begint de gelijkenis, aan wie denk je dan? Adam met Kaïn en Abel, Abraham met Ismaël en Izaäk, Jacob met Ezau en Jacob, steeds is er sprake van conflict over de opvolging, rivaliteit, animositeit, broedertwist en jaloezie.

Maar ook steeds weer anders, bij Kaïn en Abel gunt de een de ander het licht niet in de ogen en loopt het verkeerd af. Bij Ismaël en Izaäk zijn het vooral de ouders die met elkaar in de clinch liggen. Jacob en Ezau zijn aan elkaar gewaagd, staan elkaar naar het leven en komen ook weer tot elkaar.

En nog weer anders gaat het bij Efraïm en Manasse, de zonen van Jozef die door hun opa Jacob worden gezegend, de een links de ander rechts van hun bejaarde opa. Jacob zegent hen. De een met de linkerhand en de ander met de rechterhand, kruislings en net anders dan je zou verwachten. Heeft Jacob een voorkeur, heeft hij dan niets geleerd van de hele geschiedenis van Jozef en zijn broers, die begon met zijn voorkeursbehandeling? Jozef de verloren zoon die dood gewaand werd en toch leefde. En nu weer Efraïm voor Manasse.

 Toch geloof ik dat de oude Jacob wel iets geleerd heeft, want hij zegt: ze zullen allebei groot worden, ook al wordt de één groter dan de ander en men zal in Israël zeggen: God make je als Efraïm en Manasse. En dat is ook nu in het Jodendom een zegenbede waarmee je elkaar het goede toewenst.  Moge je gezegend worden als Efraïm én Manasse.

God make u als Efraïm en Manasse. (Genesis 48:20) Niet of, maar en. Als allebei. Daar leer ik van dat we de oudste en jongste zoon niet tegen elkaar uit moeten spelen, maar ons in beide moeten proberen te herkennen.

Dus wij zijn de oudste en de jongste zoon. (en de vraag is of we ook de Vader, als de Vader kunnen zijn,  met ontferming bewogen en die je oproept blij te zijn met en voor de ander, ruimhartig) Zondag laetare.

De schriftlezing die ook bij deze zondag hoort is uit de 2e Korinthebrief van Paulus: de liefde van Christus drijft ons. Christus voor allen gestorven, en opgewekt. Pasen, een nieuw begin, je bent een nieuwe schepping. En daar gaat het verder over verzoening, want we leven niet langer voor onszelf. God heeft de wereld met zichzelf verzoend en dus is ook aan ons de dienst, de opdracht van verzoening gegeven, zegt Paulus.

Ja, dat sluit prachtig aan bij de gelijkenis die Jezus in Lucas vertelt. De Vader verzoent zich met de jongste zoon, ziet hem van verre, wordt met ontferming bewogen, valt hem om de hals en ontvangt hem feestelijk. Met een mantel, een ring om zijn vinger, schoeisel om zijn voeten. Ook al had hij de helft van het familiebezit er door heen gejaagd en gedaan alsof zijn vader dood was, nu is hij weer thuis

De Vader verzoent zich tevens met de oudste zoon, die een en al afwijzing is: ‘wat is dit nu weer’, zegt hij, nooit is hij over de schreef gegaan en voor die verkwister wordt nu ook nog eens het gemeste kalf geslacht. Hij kan hem niet als broer zien, ‘die zoon van u’. Maar de Vader spreekt ook de oudste liefdevol aan. “Kind je bent altijd bij me, al het mijne is het jouwe”. Even ruimhartig als richting de jongste.

Maar kunnen de broers elkaar in de armen sluiten? tot elkaar komen, zoals eens Jacob en Ezau. Gaat de oudste zoon naar binnen, kan hij zijn wrok vergeten. Of is het ook aan de jongste zoon om naar buiten te gaan. Zich tot zijn broer te wenden. Wie zet de eerste stap, dat is nogal eens de vraag als familieleden van elkaar verwijderd zijn geraakt.

Wij zijn de jongste en de oudste zoon. En beide hebben verzoening nodig. Beide ontvangen verzoening en beide krijgen de opdracht om ruimhartig te worden.

Als je het zo leest, dan kom je niet in de verleiding, om in de oudste zoon het volk Israël te zien en in de jongste zoon de kerk. Want dat is de anti-joodse lezing die onze blik helaas lang vertroebeld heeft.

Wij zijn de jongste zoon, want we verkwisten wat aan de vader toebehoort, we gaan onverantwoordelijk om met de aarde, alsof God er niet, alsof het van ons is en alsof het niet op kan. Het kan wel op, en er is honger in deze wereld.

We zijn ook de oudste zoon, wij zijn de brave burgers die zich aan de regels houden en hard werken en met lede ogen zien als anderen een voorkeursbehandeling krijgen. Dat gevangenen, asielzoekers, daklozen een bed zouden krijgen om te slapen, verdienen ze dat wel? Kan dat niet soberder. Ik hoor het u niet zeggen, maar misschien hoor je het jezelf wel denken.

Kun je iets met de compassie van de vader uit de gelijkenis, diens gulheid, generositeit? Kun je  je eigen jaloezie, je wrok opzij zetten, je gevoel van miskenning, achtergesteld zijn. En als dat gevoel terecht is? Ja, ik denk dat de oudste zoon recht van spreken heeft, maar ik hoop niet dat hij daarin blijft hangen.

Eerlijk gezegd: Ik denk niet dat alle vetes,  familieruzies en arbeidsconflicten op te lossen zijn. In mijn waarneming is het niet altijd zo dat mensen van elkaar verwijderd raken door een ruzie. Het is vaak andersom. Ze willen zich losmaken, een eigen weg vinden en dan ontstaat er gedoe.

Een kind dat niet meer thuis komt, dat doet verdriet Je begrijpt de vader die jaren wacht, maar het kan helpen om te bedenken, ik zeg het voorzichtig, misschien heeft hij het nodig, misschien is het voor haar beter, ook al zou je je kind met open armen willen ontvangen. Verwijt het jezelf niet, kijk ook ruimhartig naar jezelf.

Verzoening houdt vaak in dat je je verzoent met jezelf, dat je gaat aanvaarden dat je leven zo gelopen is tot dusver. Ben ik te losbandig geweest of te braaf, dan vergelijk je je leven met dat van een ander en ben je nooit tevreden. Maar kun je blij zijn met en voor een ander dan kijk je ook milder, met meer compassie naar je zelf.

Want er is dat nieuwe begin, de kans om het anders te doen. De liefde van Christus drijft ons, de bewogenheid van de Vader. Vergeving.

Iemand had twee zonen.  Broedertwisten domineren het wereldnieuws,  broedervolken die elkaars bestaan bestrijden. Rusland en Oekraiene, Israel en de Palestijnen. Vaak is het Kaïn en Abel, maar er zijn andere verhalen. Verzoening was mogelijk, tussen Jacob en Ezau, tussen Jozef en zijn broers.

Iemand had 2 zonen. En als ik het nog even naar onze  kerkelijke situatie mag halen. De wijkkerkenraden van de Bethelkerk en de Dorpskerk hebben uitgesproken dat ze in de toekomst samen willen gaan. Laat het dan niet zo zijn dat de een over de ander zegt: ze zijn zelf weggegaan, ze hebben op te grote voet geleefd, laten ze nu maar met hangende pootjes terugkeren.

Eigenlijk denk ik niet dat dat op die manier leeft, maar laat het ook niet ook zo ver komen, denk aan de gastvrijheid van de Vader en de oproep, wees blij, wees blij met de ander.

‘Al het mijne is het jouwe’, zegt de Vader. (Eigenlijk tegen alle twee). Deze Vader was veel dichterbij dan ze voor mogelijk hielden, ze dachten allebei dat ze aan de strenge eisen moesten voldoen, de een liep er voor weg, de ander ging er onder gebukt, maar allebei hadden ze het mis. De Vader wilde zijn leven met hen delen, zijn vreugde. Het blijde nieuws met hen vieren. Hij was dood en is weer leven. Hij was verloren en is gevonden. Laten we ons daarop verheugen. Amen.