Een koning kiezen

Boom van Jesse (Isaï), omgeving Geertgen tot Sint Jans, ca. 1500, Rijksmuseum

Preek bij 1 Samuel 16. Zondag Laetare, 15 maart, bevestiging ambtsdragers

Gemeente van Jezus Christus,

David wordt door de profeet Samuel gezalfd temidden van zijn broers, hij is de gezalfde, in het Hebreeuws ‘messias’, in de kring van zijn broers, de andere 7.

David is degenen op wie de keus valt, de Eeuwige kiest hem tot koning, een keuze niet met de ogen, maar met het hart. Wat wil dat zeggen?

God kiest, zo vertelt tenminste dit verhaal, dat is eerst iets om bij stil te staan. wat wil dat zeggen? God heeft het niet gemakkelijker dan wij, God staat ook voor moeilijke keuzes.

God kan volgens deze tekst van Samuel 1 zelfs spijt hebben van keuzes, zo begint deze episode, dat God er spijt van had dat hij Saul koning had gemaakt. Het doet denken aan de dagen van Noach toen God er spijt van had dat hij de mens had gemaakt en dan besluit de wereld onder te laten lopen.

Kun je dat van de Heer zeggen, dat de Eeuwige spijt heeft en op besluiten terugkomt. Is dat niet al te menselijk gedacht?  Ja ergens wel natuurlijk, hetzelfde Bijbelboek 1 Samuel corrigeert zichzelf in dit gedeelte: God is geen mens, dat hij berouw zou hebben. Zo is de Bijbel het niet altijd met zichzelf eens, in gesprek met zichzelf, de ene visie roept de andere op, stem en tegenstem, juist dat gesprek in de Bijbel helpt ons verder, er zit ontwikkeling in.

Dat God er spijt heeft van de keuze om Saul tot koning te maken, is vooral vanuit  de profeet Samuel gedacht, dat speelt zich af in zijn hoofd. Samuel heeft er veel verdriet van, dat het met Saul mis is gegaan, dat diens sterke schouders de verantwoordelijkheid toch niet konden dragen. Nu is Saul verworpen, demissionair.

Er zit een persoonlijke kant aan, natuurlijk, Samuel had zich sterk gemaakt voor Saul, hem ervan overtuigd het koningschap te aanvaarden, en toen hadden ze in oorlogstijd ruzie gekregen en dat was niet meer goed gekomen. Samuel heeft Saul niet meer gezien tot de dag van zijn dood, staat er veelbetekenend.

De communicatie verbroken, een pijnlijke breuk, het vertrouwen geschaad.

Hoe lang blijf je nog om Saul rouwen, zegt de Eeuwige dan tot Samuel. Uit alles blijkt: Samuel kan het niet achter zich laten, het is verdriet, rouw niet om een dode, maar om een levende. Verdriet dat in hem woelt. Oude pijn, oud zeer, de spijt die je opvreet. Dat maalt in zijn hoofd. Ja, het was Sauls fout, maar hij heeft Saul in die positie gebracht..

Samuel kan Saul niet loslaten, daarom stribbelt hij best wel tegen als hij de opdracht krijgt om in Bethlehem een nieuwe koning te zoeken. Saul zal me doden, als hij het hoort, dat is het eerste wat in hem opkomt. Wat zou Saul er van vinden.

Eerlijk gezegd, als lezer kan ik Saul ook niet loslaten, de tragiek van zijn leven, de mislukking van zijn koningschap gaat me aan het hart, dat is het bijzondere van deze geschriften, dat het zo invoelend is geschreven. Als ik eerlijk ben, heb ik meer sympathie voor Saul dan voor David. Ja, mag ik ook een voorkeur hebben?

Dat hier staat dat God berouw had van de aanstelling van Saul, heeft een troostende kant, het gaat hierover een God die het mee kan voelen, de pijn, het verdriet, de spijt. Dat zou ons kunnen helpen bij het oude zeer en de pijn die wij in ons meedragen, de lidtekens op je eigen ziel. Ieder mens heeft die.

De pijn mag er zijn, maar Samuel moet ook verder, er wordt tot hem gezegd, ik stuur je naar Bethlehem, naar Isaï, in 1 van zijn zonen zie ik de nieuwe koning.

Dus Samuel naar Bethlehem, een kalfje aan de hand voor het offermaal. Zijn innerlijke strijd is hem aan te zien, want de oudsten van de stad zien een donderwolkje boven zijn hoofd. Betekent uw komst vrede? Ietwat kortaf antwoordt hij, vrede, shalom, bonjour.

1 voor 1 komen dan bij de offermaaltijd de zonen van Isaï voorbij. Bij de eerste de beste klaart Samuël op. Dit is hem vast.

Maar de Ene zegt: verkijk je niet op aanzien en grootte, ik heb hem afgekeurd, verworpen. Het gaat niet om wat de mens ziet, de mens ziet met de ogen, God met het hart. Verkijk je niet.

De vertaling zegt vaak, God kijkt naar het hart van de mens, naar het innerlijk, de overwegingen, maar je het ook  zo weergeven: God kijkt met zijn hart.

Het hart, dat is in het Bijbelse denken, de plek waar de keuzes worden gemaakt, beslissingen genomen. Daar ga ik voor, dat is de weg, dat is waar ik voor kies.

Alle 7 zonen worden verworpen, weggestemd. En de keus valt op…., de afwezige, de ontbrekende. Is er nog iemand over? In de Bijbel is dat altijd een pijnlijke vraag.

Is er nog iemand over om de Heer te dienen, is er nog iemand over die rechtvaardig is, is er nog iemand over die stand houdt, die niet zwicht, die zijn meester niet verloochent.

Ja, er is nog iemand over, buiten, de keuze valt op de afwezige, de ontbrekende, de boventallige, de buitenstaander. Degenen die de schapen hoedt. Dat is het profiel, het kieskompas waarop de Heer zijn keuze baseert. Een herder die zorgt voor de kudde, de andere zonen van Isaï dienen in het leger van Saul, zo blijkt later, er zijn tijden dat dat nodig is, maar God kiest een herder. Deze nakomer wordt gezalfd. De laatste wordt de eerste.

David wordt gezalfd in de kring van zijn broers.

De broers die wel geschikt waren voor militaire dienst, maar afgekeurd werden voor het koningschap. God wees hen af, verwierp hen 1 voor 1. Niet geschikt, voldoet niet aan het profiel. Zijn ze daarmee voor goed afgedankt, voor altijd en eeuwig verworpen. Nou, niet voor niets staat er dat David gezalfd wordt in de kring van zijn broers. Ze staan om hem heen. Bij God is de keuze voor de een, niet een keuze tegen anderen, maar ten bate van de overigen.  Dat is een rode lijn in de Bijbel. David wordt gekozen om een herder voor zijn volk te zijn.

God kiest, wij moeten ook kiezen deze week. We mogen kiezen, democratie is een groot goed, al zijn er verkiezingsuitslagen geweest, waar ik verdriet van heb gehad. Heeft de kiezer altijd gelijk? Was een sterke column in de Schakel een tijdje terug. God zegt tegen Samuel: verkijk je niet, het gaat niet om wat de mens ziet. God kijkt met en naar het hart. Dat er mensen gekozen zullen worden die herders zijn, niet ten koste, maar ten bate van anderen.

God kiest, de kerk kiest ook, gemeenteleden tot het ambt van ouderling, ouderling-kerkrentmeester, voor de herderlijke zorg over mensen en bezittingen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we in de kerk vaak niet zoveel keus hebben. Toch noemen we het een verkiezing. Soms zeggen diakenen en ouderlingen, ik heb ja gezegd, want er was niemand anders over.

Dat is geen verkeerde motivatie, want zo ging het met David ook, hij was degene die overbleef. We weten niet of hij het zelf wel ambieerde om koning te worden, misschien was hij net zo graag bij zijn schapen gebleven, een buitenstaander in het achterveld. Maar hij werd er bij geroepen en toen werd hij gezalfd temidden van zijn broers.

En dan ontvangt hij de Geest, de Geest van God grijpt hem aan. Ik lees dat als een belofte, zo ervaar ik dat zelf ook.

Je hoeft als ambtsdrager niet alles te kunnen. Je bent geen modelgelovige. Je mag meer vragen hebben dan antwoorden.

Als je geroepen wordt tot een ambt dan is niet de voorwaarde dat je de geest hebt, maar het is een toezegging dat je de geest krijgt om te doen wat past bij je ambt. Daar bidden we om. Telkens weer.

Coby en Jan worden zometeen erbij geroepen en in onze kring bevestigd. De keuze viel op jullie. Om een beetje een herder te zijn ten bate van de gemeente.

In de naam van Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen

Plaats een reactie