Wij zijn de oudste en de jongste zoon

preek bij Genesis 48 en Lucas 15, Dorpskerk Barendrecht zondag Laetare 2025

Iemand had 2 zonen, zo begint de gelijkenis, aan wie denk je dan? Adam met Kaïn en Abel, Abraham met Ismaël en Izaäk, Jacob met Ezau en Jacob, steeds is er sprake van conflict over de opvolging, rivaliteit, animositeit, broedertwist en jaloezie.

Maar ook steeds weer anders, bij Kaïn en Abel gunt de een de ander het licht niet in de ogen en loopt het verkeerd af. Bij Ismaël en Izaäk zijn het vooral de ouders die met elkaar in de clinch liggen. Jacob en Ezau zijn aan elkaar gewaagd, staan elkaar naar het leven en komen ook weer tot elkaar.

En nog weer anders gaat het bij Efraïm en Manasse, de zonen van Jozef die door hun opa Jacob worden gezegend, de een links de ander rechts van hun bejaarde opa. Jacob zegent hen. De een met de linkerhand en de ander met de rechterhand, kruislings en net anders dan je zou verwachten. Heeft Jacob een voorkeur, heeft hij dan niets geleerd van de hele geschiedenis van Jozef en zijn broers, die begon met zijn voorkeursbehandeling? Jozef de verloren zoon die dood gewaand werd en toch leefde. En nu weer Efraïm voor Manasse.

 Toch geloof ik dat de oude Jacob wel iets geleerd heeft, want hij zegt: ze zullen allebei groot worden, ook al wordt de één groter dan de ander en men zal in Israël zeggen: God make je als Efraïm en Manasse. En dat is ook nu in het Jodendom een zegenbede waarmee je elkaar het goede toewenst.  Moge je gezegend worden als Efraïm én Manasse.

God make u als Efraïm en Manasse. (Genesis 48:20) Niet of, maar en. Als allebei. Daar leer ik van dat we de oudste en jongste zoon niet tegen elkaar uit moeten spelen, maar ons in beide moeten proberen te herkennen.

Dus wij zijn de oudste en de jongste zoon. (en de vraag is of we ook de Vader, als de Vader kunnen zijn,  met ontferming bewogen en die je oproept blij te zijn met en voor de ander, ruimhartig) Zondag laetare.

De schriftlezing die ook bij deze zondag hoort is uit de 2e Korinthebrief van Paulus: de liefde van Christus drijft ons. Christus voor allen gestorven, en opgewekt. Pasen, een nieuw begin, je bent een nieuwe schepping. En daar gaat het verder over verzoening, want we leven niet langer voor onszelf. God heeft de wereld met zichzelf verzoend en dus is ook aan ons de dienst, de opdracht van verzoening gegeven, zegt Paulus.

Ja, dat sluit prachtig aan bij de gelijkenis die Jezus in Lucas vertelt. De Vader verzoent zich met de jongste zoon, ziet hem van verre, wordt met ontferming bewogen, valt hem om de hals en ontvangt hem feestelijk. Met een mantel, een ring om zijn vinger, schoeisel om zijn voeten. Ook al had hij de helft van het familiebezit er door heen gejaagd en gedaan alsof zijn vader dood was, nu is hij weer thuis

De Vader verzoent zich tevens met de oudste zoon, die een en al afwijzing is: ‘wat is dit nu weer’, zegt hij, nooit is hij over de schreef gegaan en voor die verkwister wordt nu ook nog eens het gemeste kalf geslacht. Hij kan hem niet als broer zien, ‘die zoon van u’. Maar de Vader spreekt ook de oudste liefdevol aan. “Kind je bent altijd bij me, al het mijne is het jouwe”. Even ruimhartig als richting de jongste.

Maar kunnen de broers elkaar in de armen sluiten? tot elkaar komen, zoals eens Jacob en Ezau. Gaat de oudste zoon naar binnen, kan hij zijn wrok vergeten. Of is het ook aan de jongste zoon om naar buiten te gaan. Zich tot zijn broer te wenden. Wie zet de eerste stap, dat is nogal eens de vraag als familieleden van elkaar verwijderd zijn geraakt.

Wij zijn de jongste en de oudste zoon. En beide hebben verzoening nodig. Beide ontvangen verzoening en beide krijgen de opdracht om ruimhartig te worden.

Als je het zo leest, dan kom je niet in de verleiding, om in de oudste zoon het volk Israël te zien en in de jongste zoon de kerk. Want dat is de anti-joodse lezing die onze blik helaas lang vertroebeld heeft.

Wij zijn de jongste zoon, want we verkwisten wat aan de vader toebehoort, we gaan onverantwoordelijk om met de aarde, alsof God er niet, alsof het van ons is en alsof het niet op kan. Het kan wel op, en er is honger in deze wereld.

We zijn ook de oudste zoon, wij zijn de brave burgers die zich aan de regels houden en hard werken en met lede ogen zien als anderen een voorkeursbehandeling krijgen. Dat gevangenen, asielzoekers, daklozen een bed zouden krijgen om te slapen, verdienen ze dat wel? Kan dat niet soberder. Ik hoor het u niet zeggen, maar misschien hoor je het jezelf wel denken.

Kun je iets met de compassie van de vader uit de gelijkenis, diens gulheid, generositeit? Kun je  je eigen jaloezie, je wrok opzij zetten, je gevoel van miskenning, achtergesteld zijn. En als dat gevoel terecht is? Ja, ik denk dat de oudste zoon recht van spreken heeft, maar ik hoop niet dat hij daarin blijft hangen.

Eerlijk gezegd: Ik denk niet dat alle vetes,  familieruzies en arbeidsconflicten op te lossen zijn. In mijn waarneming is het niet altijd zo dat mensen van elkaar verwijderd raken door een ruzie. Het is vaak andersom. Ze willen zich losmaken, een eigen weg vinden en dan ontstaat er gedoe.

Een kind dat niet meer thuis komt, dat doet verdriet Je begrijpt de vader die jaren wacht, maar het kan helpen om te bedenken, ik zeg het voorzichtig, misschien heeft hij het nodig, misschien is het voor haar beter, ook al zou je je kind met open armen willen ontvangen. Verwijt het jezelf niet, kijk ook ruimhartig naar jezelf.

Verzoening houdt vaak in dat je je verzoent met jezelf, dat je gaat aanvaarden dat je leven zo gelopen is tot dusver. Ben ik te losbandig geweest of te braaf, dan vergelijk je je leven met dat van een ander en ben je nooit tevreden. Maar kun je blij zijn met en voor een ander dan kijk je ook milder, met meer compassie naar je zelf.

Want er is dat nieuwe begin, de kans om het anders te doen. De liefde van Christus drijft ons, de bewogenheid van de Vader. Vergeving.

Iemand had twee zonen.  Broedertwisten domineren het wereldnieuws,  broedervolken die elkaars bestaan bestrijden. Rusland en Oekraiene, Israel en de Palestijnen. Vaak is het Kaïn en Abel, maar er zijn andere verhalen. Verzoening was mogelijk, tussen Jacob en Ezau, tussen Jozef en zijn broers.

Iemand had 2 zonen. En als ik het nog even naar onze  kerkelijke situatie mag halen. De wijkkerkenraden van de Bethelkerk en de Dorpskerk hebben uitgesproken dat ze in de toekomst samen willen gaan. Laat het dan niet zo zijn dat de een over de ander zegt: ze zijn zelf weggegaan, ze hebben op te grote voet geleefd, laten ze nu maar met hangende pootjes terugkeren.

Eigenlijk denk ik niet dat dat op die manier leeft, maar laat het ook niet ook zo ver komen, denk aan de gastvrijheid van de Vader en de oproep, wees blij, wees blij met de ander.

‘Al het mijne is het jouwe’, zegt de Vader. (Eigenlijk tegen alle twee). Deze Vader was veel dichterbij dan ze voor mogelijk hielden, ze dachten allebei dat ze aan de strenge eisen moesten voldoen, de een liep er voor weg, de ander ging er onder gebukt, maar allebei hadden ze het mis. De Vader wilde zijn leven met hen delen, zijn vreugde. Het blijde nieuws met hen vieren. Hij was dood en is weer leven. Hij was verloren en is gevonden. Laten we ons daarop verheugen. Amen.

Plaats een reactie