
Een van de leukste cantates van Johan Sebastian Bach, als ik dat zo oneerbiedig mag zeggen, is geschreven bij de gelijkenis van de werkers in de wijngaard. De titel van de cantate is ‘Nim was dein ist und gehe hin’ . Neem wat van jou is en ga heen. De woorden van de eigenaar tot de morrende ontevreden werkers van het eerste uur, als ze merken dat ze hetzelfde loon ontvangen als de werkers van het elfde uur.
In het vervolg van Bachs cantate word je dan ook vooral aangesproken om niet ontevreden te zijn.
Mor niet, beste christen,
als er iets gebeurt wat niet naar je zin is,
maar wees tevreden met dat
wat God je heeft toebedeeld,
hij weet wat nuttig voor je is.
De cantate geeft naast vrolijke muziek ook een duidelijke uitleg van de gelijkenis, waarin het accent ligt op tevredenheid, genügsamheit in het Duits en het vertrouwen dat Gods voorzienigheid je zal geven wat je nodig hebt, of je nu arm bent of rijk. Daar moet je niet tegen in willen gaan, maar je van harte bij neer leggen.
Tevredenheid
is een schat in dit leven,
die vreugde kan geven
in de grootste droefheid;
want in alles kan men vrede hebben
met Gods beschikking. Tevredenheid.
Een uitleg die past bij de theologie van de tijd van Bach. Gezagsgetrouw, vroom, de vreugde wordt gezocht in de overgave aan Gods beschikking. Maar beleven wij dat zo?
In andere tijden ontdekt men weer andere aspecten in deze gelijkenis van Jezus. Juist het belang van sociale gerechtigheid. De rol van goed werkgeverschap, de waarde van solidariteit, de onderhandelingspositie van de arbeider, de ellende van massale werkloosheid, aandacht voor de arbeidsomstandigheden van wie zwaar, belastend werk doen in de hitte van de dag.
Bestaanszekerheid, terecht dat dit onder de aandacht en op de agenda is gekomen en in verkiezingsprogramma’s. Het is onrecht als er armen zijn die geen boodschappen kunnen betalen, die in onzekerheid verkeren of ze hun vaste lasten nog kunnen voldoen, als de huren stijgen en de lonen en uitkeringen blijven achter. Het zijn vaak degenen die zware werk doen die bij inflatie het eerst in de problemen komen.
De eigenaar komt 1 drachme overeen met de arbeiders van het eerste uur en geeft dit vervolgens ook aan degenen die later zijn begonnen. Een drachme staat gelijk aan een dagloon, het is wat je nodig hebt om van te kunnen leven, te kunnen bestaan. De Tora van Mozes schrijft voor dat de dagloner dat loon ook dezelfde dag krijgt. Hij mag niet arm en afhankelijk worden gehouden.
In het personeelsbeleid van deze wijngaard krijgen alle arbeiders een menswaardig inkomen, waar ze met hun gezin van kunnen bestaan. Dat je genoeg krijgt om van te leven. Ja, het minimumloon moet genoeg zijn om je huur te kunnen betalen en je lidmaatschap van de sportvereniging en om je verjaardag te vieren
Dat je genoeg krijgt, dat zit in dat dagloon van 1 drachme. En dat je er genoeg aan hebt? Toch iets van die Genügsamkeit van Bach. Dat je kunt genieten van genoeg. Niet meer, meer, meer willen dan een ander, maar je zegeningen tellen. Daar houden we een oogstdienst voor.
Tot 5 maal toe gaat de landheer op zoek naar arbeidskrachten en 5 keer vindt hij ze. ‘Kom binnen’, zegt hij steeds ‘in mijn wijngaard’. 5 boeken zijn er van Mozes, die samen de Tora vormen met het steeds terugkerende thema ‘God zoekt de mens.’
Ik werd getroffen door de woorden van de werkers van het 11e uur. Tegen hen zegt de landheer. Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk. En dan antwoorden ze. Niemand heeft ons ingehuurd. Niemand heeft ons nodig gehad.
Dat is pijnlijk en schrijnend. Dat je letterlijk aan de kant staat, dat ze je laten staan, dat niemand je kan gebruiken. Nergens goed voor. Geen passend werk te vinden. Overbodig. Overtollig.
Dat laat deze landheer niet gebeuren. Dat komt in zijn koninkrijk niet voor, dat je niet nodig zou zijn. ‘Kom in mijn wijngaard’ zegt hij telkens. De rabbijn Abraham Heschel spreekt van the need is to be needed. Een mens wil heel graag iets zinvols bijdragen, iets betekenen, al is het dat ene uurtje bij het scheiden van de markt, te elfder ure.
Ook in de levensavond, oudere mensen willen natuurlijk niet doelloos terzijde staan. Sta op voor grijze haren, staat er in Leviticus 19. Niet zozeer uit beleefdheid, maar omdat generaties van elkaar leren. Denk niet dat je als oudere niet toe doet of dat jong zijn alles is, er bestaat niet zoiets als voltooid leven, als ik dat zo mag zeggen.
Aan het einde van de gelijkenis ontstaat er zoiets als een arbeidsconflict tussen de landheer en de werkers van het eerste uur. Ze hadden op meer gehoopt. De landheer zegt: ik behandel jullie toch niet onrechtvaardig?
Of is jullie oog boos omdat ik goed ben? Dat was ook de vraag aan Jona weet je nog: is het terecht dat je boos bent? Ben je jaloers? We begrijpen die werklieden die voor dag en dauw zijn opgestaan toch wel een beetje. Werken moet toch lonen, dat is voor onze economie ook een vraagstuk, een puzzel en het cpb rekent dat allemaal door.
Dat doet de gelijkenis niet, het beleid van de landheer helemaal doorrekenen. Jezus stelt je de vraag, met welke maat meet je? Gebruik je Gods gerechtigheid als maatstaf, waarbij geen mens in armoede aan de kant staat, of is je maatstaf wat de ander meer of minder heeft dan jij, zodat je nooit genoeg hebt. Zodat het nooit genoeg is.
Gods gerechtigheid als maatstaf. Leviticus heeft het heel praktisch over rechtvaardige lengtemaat, een rechtvaardig gewicht en een rechtvaardige inhoud. Dat je bij het kopen en verkopen de ander niet oplicht. Een onsje minder merken ze toch niet, krimpflatie noemen ze dat, is aan de orde van de dag in de supermarkt.
Zuiver meten en wegen, met Gods gerechtigheid, dat houdt in dat ieder genoeg krijgt en dat je kunt genieten van genoeg. Dat je je werk na gedane arbeid kunt laten rusten, dat was het voor vandaag, genoeg gedaan, voor jezelf en voor je werkgever.
Jezus nodigt je uit om zijn wijngaard binnen te gaan. Om mee te werken aan zijn oogst. Kom erin. Ga mee. Doe mee. Werk genoeg en ook als je alleen dat ene uur in de week in de kerk bent draag je bij, ben je nodig.
En je krijgt er nog iets voor terug ook. Dat je mag leven van Gods gerechtigheid. Het is zijn goedheid dat hij je nodig heeft, want God zoekt de mens.
Preek voor dankdag voor gewas en arbeid, november 2023