Een mosterdzaadje

Hendrik van Balen, allegorie op de aarde, Musee de Flandres, Cassel

Preek 23 augustus bij Lucas 13:10-21

In de vakantie waren wij in West-Vlaanderen, een mooi heuvellandschap, maar ook een beschadigd landschap, want overal de sporen van de Eerste Wereldoorlog. Vooral heel veel witte kruisjes op de militaire begraafplaatsen. Tienduizenden soldaten, jonge soldaten, liggen er begraven. Uit heel de wereld.

In het stadje Poperinge, in de oorlog achter de frontlinie – je ziet bordjes die je de weg wijzen naar de dodencellen en executieplaatsen- bezochten we het Talbothouse. Dat was een opvangplek voor Engelse soldaten, waar hun lichaam en geest tot rust konden komen, opgericht door een legerpredikant, Talbot.

De gids die ons rondleidde vertelde dat het doel van het huis was de soldaten lichamelijk en geestelijk rust geven, en ook het koninkrijk van God verkondigen.

Het koninkrijk van God verkondigen, daar moest ik wel over nadenken, hoe doe je dat, temidden van de wreedheden van de oorlog.

Misschien dat er werd gedacht, het koninkrijk van God, dat is de bestemming van de ziel. Als je hier op aarde de dood in wordt gejaagd, dan overleeft je ziel, die gaat naar de hemel. Dat zou dan het koninkrijk van God zijn.

Ik corrigeer mezelf. Daar moet ik niet te min over denken. Voor de soldaten die geen keus hadden en in een zinloze oorlog waren beland, was dat ergens hun enige troost, hun laatste houvast, voor zichzelf en de talloze maten, die gesneuveld waren. Dat ze een ziel hadden, gekend bij God.

Toch is het niet wat Jezus bedoelt, het koninkrijk van God als toevluchtsoord van de ziel. Maar wat dan wel? Jezus spreekt in gelijkenissen. Het koninkrijk lijkt op, nee is gelijk aan een mosterdzaad. Het heeft me altijd aangesproken. Als jongen heb ik eens mosterdzaadjes gezaaid in de tuin, dat groeide geweldig en bloeide mooi. Niet dat we er mosterd van maakten of zo. Bij Jezus is het zelfs een boom die uit dat ene zaadje groeit. Een boom waar de vogels van de hemel hun nest in maken.

Een wonder, zeker als je bedenkt dat de mosterdboom juist in de droogste gebieden groeit.

Een sterk beeld dat er uit een miniscuul zaadje, een boom groeit die zich vertakt en een schuilplaats biedt aan de vogels.

Ik vind het prachtig dat Jezus dit verhaal vertelt. Het gaat over de samenwerking tussen mens en natuur. Iemand zaait het in de tuin en de vogels hebben er profijt van.

Het gaat over groeikracht, de groeikracht van het koninkrijk, dat klein begint en zich vertakt over de aarde. En dat God zelf aanwezig is in het kleine en kwetsbare.

In Jezus zelf, die ene mens, die  gedood werd, begraven werd in een tuin en toen Pasen, opstanding, de dood overwonnen, hemel en aarde komen tot elkaar. De hemel komt naar de aarde toe, dat is volgens mij wat er bedoeld wordt met de vogels die hun nest bouwen in de boom. Het begint met één zaadje dat ten onder gaat. Het was al heel klein en dan verdwijnt het in de grond, maar het brengt de hemel op aarde.

Iemand zei eens: ‘Jezus predikte het koninkrijk van God en wat er kwam was de kerk’. Wat mij betreft moeten we daar niet cynisch over te doen, ik ben blij dat de kerk er is, zonder kerk zouden we niet beter af zijn, maar de kerk is nog niet het koninkrijk.

De kerk vertelt in woord en daad het verhaal van het koninkrijk. De geloofsgemeenschap houdt de hoop en verwachting in ons levend. Dat is wat Lucas wil vertellen met wat er gebeurt voorafgaand aan de gelijkenis van het mosterdzaadje. Als Jezus op sabbat in de synagoge is en onderwijs geeft. Waarover? Het lesmateriaal is bij Jezus steeds het koninkrijk van God.

En dan is daar iemand. Iemand waar waarschijnlijk over heen gekeken wordt. Want ze kan niet rechtopstaan, ze is krom gebogen.  En dat is al 18 jaar zo, men weet niet beter dan dat het zo is.

Het komt door een geest die haar ziek maakt, staat er. Dat is in het evangelie geen medische diagnose. Lucas wil ermee zeggen dat haar situatie ergens symbool voor staat. Voor onze menselijke toestand. Dat wij gebukt gaan. Het is de situatie van de Israëlieten in Egypte, als ze gebukt gaan onder dwangarbeid, krom liggen en om hulp roepen. En dan denkt God aan zijn verbond met Abraham.

18 jaar, dat is natuurlijk altijd een vraag, waarom 18 jaar, heeft het getal 18 een betekenis? Je denkt dan aan het zogeheten 18-gebed in de synagoge, met 18 voorbeden die op sabbat werden uitgesproken. Maar dat had toen nog niet die vorm.

Ik vermoed dat de betekenis erin zit dat 18 een meervoud van 6 is en dus niet van 7. Het is sabbat, de 7e dag, maar voor deze vrouw wil het maar geen sabbat worden. 6 is Bijbels het getal van de mens, op de 6e dag wordt de mens geschapen, maar zonder sabbat ben je als mens niet compleet.

Je moet werken en zo, huiswerk maken, stofzuigen, grasmaaien, maar de bedoeling is niet dat je alleen maar over je werk je gebogen bent totdat je krom ligt, de bedoeling is dat je je uitstrekt, je uitstrekt haar Gods koninkrijk.

Want de sabbat staat voor verlossing. Dat je viert, er naar uitkijkt dat deze wereld verlost zal worden. Dat het koninkrijk van God, hoe klein het ook begint, doorzet en zich alom vertakt. ‘De schepping is in grote nood en kijkt reikhalzend uit naar verlossing’, zegt de apostel Paulus.

‘Verlossing’ is het woord is dat Jezus gebruikt. Wees verlost van je zwakheid. Van het in jezelf gekeerd en op jezelf gericht zijn. Luther noemt het in jezelf gekromd zijn.

Jezus maakt dat je wordt opgericht, dat je gericht bent op Gods koninkrijk. Dat is niet alleen de redding van je eigen ziel, maar verlossing voor heel de schepping, voor al wat leeft.

Niet zomaar gebruikt Jezus het voorbeeld van dieren, de os en de ezel die worden losgemaakt, ook op de sabbat, om te laten drinken. De os en de ezel worden immers ook in het sabbatsgebod genoemd. Dan zul je geen werk doen, en ook je os en ezel niet. Het roept ook wel de vraag wakker hoe wij met dieren omgaan, in onze bio-industrie.

En deze dochter van Abraham, zo noemt Jezus de vrouw, laat het voor haar des te meer sabbat zijn.  Zij mag een fiere vrouw zijn, rechtop door het leven gaan. Dat is actueel in deze dagen, waarin we ons bewust zijn van het vele geweld tegen vrouwen. Vrouwen en meisjes moeten veilig over straat kunnen, rechtop kunnen lopen.

 Een dochter van Abraham, zo kun je de kerk, onze gemeente, ook noemen. Als ze een geloofsgemeenschap wil zijn die niet in zichzelf gekeerd is, maar zich uitstrekt naar Gods koninkrijk, zich inzet en bidt voor de verlossing van de wereld.

En, dat is het prachtige van die gelijkenis van het ene mosterdzaadje, met ons kleine daden en kleine geloof kan de Heer iets beginnen. Dat is het koninkrijk van God

Amen.

Hosanna

Afbeelding Zittauer Vastendoek

O wereld, als je zou weten wat jou vrede brengt.

Jezus huilt, hij weent. Indrukwekkend vind ik het, dat dit juist bij zijn intocht vermeld wordt. Op de olijfberg staat op deze plek nu een kerk, in de vorm van een traan. Jezus huilt om het lot van Jeruzalem, het noodlot dat Lucas heel precies beschrijft, vijandelijke legers die zullen komen om de stad te belegeren en met de grond gelijk te maken.

Een pijnlijke geschiedenis en ook nu aan de orde van de dag op teveel plekken in deze wereld. Hartverscheurend. Dat wekt bij Jezus een diep verdriet. Dat moment dat hij op een ezel de helling van de olijfberg afdaalt en de stad Jeruzalem nadert. De stad die hij innig liefheeft. Zoals eens de profeet Jeremia ook treurde om de verwoesting van zijn stad.

“Gezegend wie komt in de naam van de Heer”, zingen de leerlingen. Psalm 118, een van de lofpsalmen uit de pesachliturgie. “Eeuwig duurt zijn vriendschap”. De psalm ook die de pelgrims wordt toegezongen als ze de tempel betreden. We zegenen u vanuit het huis van de Heer.

In psalm 118 is er ook sprake van dreiging, van een belegering en omsingeling, en daar is het de Heer die voor uitkomst zorgt, bevrijding, een doorbraak.

‘O Jeruzalem, als je zou weten wat jou vrede brengt, wat dient tot jou shalom’, treurt Jezus. Het is van belang om hier oplettend te lezen. Bedoelt Lucas dat als Jeruzalem het wel had geweten, dat dan die ondergang niet plaats had gehad. Dat is de gevolgtrekking die in de kerkgeschiedenis te vaak gemaakt is ten koste van de synagoge.

In die anti-joodse interpretatie is Jeruzalem verwoest, omdat de inwoners Jezus niet als messias hebben aanvaard. In veel kerken zag je een afbeelding van een vrouw met een gebroken staf en een blinddoek om en die geblinddoekte vrouw stelde de synagoge voor.

Bedoelt Jezus dat met: nu is het verborgen voor jouw ogen? Spannende vraag.

En wat is het dan dat Jeruzalem niet wil of kan inzien. Jezus zegt, wat tot jouw vrede dient, het moment dat God naar je omziet.

Jezus lijkt te doelen op een beslissend moment, een kans om tot inzicht en vrede te komen.

Ik geloof niet dat Jezus het Jeruzalem verwijt dat hij niet als de messias wordt erkend. Want juist op dat moment zijn er mensen die hem als koning binnenhalen. Wordt hij als de messias, de zoon van David gezien, want ook Salomo werd eens op een muilezel gezet en daarmee als opvolger van David aangewezen.

Hij wordt toegezongen, gezegend als de komende, de koning, in naam van de Heer.

Toegejuicht en vorstelijk onthaald door, de menigte van leerlingen. Daarmee bedoelt Lucas niet per se een volksmassa, niet alles en iedereen, maar een grote groep leerlingen, zijn discipelen vormen een erehaag.

Voor Jezus is het genoeg dat zijn discipelen de hint begrijpen, dat dit het koningschap in naam van de Heer is, zoals de profeten van Israël het hebben gezien.

Er zijn een aantal farizeeën die wijzen op de risico’s van deze optocht, met goede bedoelingen: ‘Houd uw leerlingen toch in bedwang. Laat ze stil zijn.’ Met als achterliggende reden: dit gaat verkeerd aflopen, als de Romeinen ingrijpen wordt dat uw dood, dan zullen ze deze beweging in de knop willen breken.

Zeker in het Lucasevangelie sympathiseren de farizeeën met Jezus, hij is een geestverwant en ze proberen zijn leven te redden. Ze spreken hem respectvol aan met ‘meester’.

Maar Jezus gaat tegen het welgemeende advies in. Hij wil de vreugde van de leerlingen om de verwonder-daden die ze hebben gezien op waarde schatten. Dit mag niet genegeerd worden, dit moet de ruimte krijgen.

“Als ze zwijgen, zouden de stenen het uitroepen.” Een bijzondere uitspraak van Jezus, hoe vat je deze woorden op? Ik lees ze zo: Koester dit messiaanse moment, van vertrouwen en verwondering. Want als je de stem van de hoop tot zwijgen brengt, dan houd je alleen nog de puinhopen van deze wereld over, de stenen die omver zijn gehaald en getuigen van vernietiging.

Er zijn een paar momenten in het evangelie dat Jezus die zelf heel voorzichtig is om zich als messias te presenteren, die zelf behoorlijk pessimistisch kan zijn, het goed recht verdedigt van anderen om vrolijk en zelfs zorgeloos te zijn.

Jezus trekt zich op aan wat je de liturgie van de straat kunt noemen. Laat zich daar door dragen. Hij heeft het nodig. Hij komt op voor het demonstratierecht van zijn discipelen. Hun messiaanse verlangen. Dat neemt zijn verdriet niet weg, zijn pijn om de stad en de wereld, de dreiging, de ondergang die hij ziet aankomen. De vrede die geweld wordt aangedaan. Alle stenen die roepen.

Deze hoop op een ander soort koningschap, Gods toekomst, die wil Jezus het zwijgen niet opleggen, deze messiaanse muziek die hij zelf heeft opgeroepen, maar die toch ook spontaan ontstaat, die moet klinken.  Tegen de stenen in.

De koning, degenen die komt, zo wordt de Heer toegezongen, dit koningschap is tussen al die andere heren en meesters in deze wereld geen gegeven, maar is komende, ons tegemoet.

Jezus huilt om Jeruzalem. Nu we de stille week ingaan, willen we Jezus niet alleen laten in zijn verdriet en pijn, als gemeente gaan we met hem mee deze komende dagen, ‘opdat wij Heer U niet, verlaten in uw diep verdriet, maar bij U zijn in alle pijn, waarmee de mensen mensen zijn.’

En misschien dat je het wel heel erg met Jezus mee kan voelen, de tranen die hij op de olijfberg stort, zijn ondergangsstemming, het ontbreken van perspectief op vrede, voel je je belegerd en omsingeld door de dreiging.

Laat je dan ook bemoedigen door de lofzang van de discipelen. Hun hoop op een ander koningschap. Dat het echt Pasen wordt, die levendige verwachting. De Heer heeft het nodig. En wij des te meer.

Deze week zagen we hier in de Dorpskerk het toneelstuk over kamp Westerbork. Indrukwekkend, gebaseerd op het aangrijpende boekje ‘De nacht der girondijnen’ van Jacques Presser. Over ver een gevangene die cynisch is geworden, in de greep is geraakt van het machtsspel,  zo verklaarbaar en bijna onontkoombaar in de strijd om te overleven. Totdat hij iemand tegenkomt, een rebbe, een godsddienstleraar, Jeremia Hirsch, die een tegengeluid laat horen, die hem aanspreekt op zijn menselijkheid, die als Abraham tegen het lot in en desnoods tegen God in, opkomt voor gerechtigheid.

Ook al is het verborgen voor onze ogen. Bonhoeffer, het was deze week 80 jaar geleden dat hij ter dood werd gebacht, zegt dat hij onnoemelijk kan lijden onder Gods verborgenheid in deze wereld, God die onder die als het ware onder stenen bedolven ligt.

Dat er dan discipelen zijn die dan toch hosanna zingen. Let op ‘Hosanna’, betekent oorspronkelijk iets anders dan hoera. Het betekent, ‘breng toch redding, Heer!’ het is een roep om hulp.

En ze zingen: Vrede in de hemel, let op, daarmee bedoelen ze niet, we geven deze wereld op, maar juist dat de Heer naar deze wereld om ziet. Dat zijn vrede tot ons zal komen. Zoals in het gebed van Jezus, dat we ook zometeen weer bidden: uw wil geschiede in hemel, laat het zo ook op deze aarde zijn.

Preek Palmzondag 2025 Dorpskerk Barendrecht

Een tweede naïviteit

Giotto-Scrovegnikapel (bron: paulverheijen.nl)

Jezus 12 jaar. Zijn ouders zijn hem kwijt, zoeken hem. Eerst denken ze nog, hij zal wel bij bekenden zijn, maar dan gaan ze toch navraag doen. Nergens te bekennen. Ze raken bezorgd, in paniek, een vermissing, ze zoeken hem met pijn. Na drie dagen vinden ze hem in de tempel. Jezus in gesprek verdiept met de leermeesters (rabbi’s) , luisterend, vragen stellend, antwoorden gevend. Kind, wat heb je ons aangedaan, zegt Maria. Jezus antwoordt, jullie hadden kunnen bedenken dat ik hier was. Ik wilde zijn in wat van mijn Vader is.

Het is nog niet de tijd van de helicopter-opvoeding en de curling-ouders. Wij hedendaagse opvoeders die alle problemen voor de voeten van hun kroost wegvegen. Maar de bezorgdheid van de ouders van Jezus is van alle tijden en dus maar al te herkenbaar.

Toen ik zelf een kleuter van 4, 5 jaar reisde ik een keer met mijn ouders per trein van Utrecht, waar we bij opa en oma waren geweest naar onze woonplaats Houten. Ik was door de trein gaan lopen en toen de trein stopte, ben ik netjes uitgestapt, in Utrecht-Lunetten. Mijn ouders kwamen daar in Houten achter.

Gelukkig ben ik toen goed opgevangen, ieder station had nog een loket, als kind deed ik luchtig over, het was toch logisch dat ik was uitgestapt, maar de opluchting van mijn ouders toen ze me weer vonden kan ik me nog goed voor de geest halen.

Jezus is al een stuk ouder, 12 jaar, hij is aanspreekbaar, bijna volwassen in de joodse tradite in de zin dat je met 13 jaar een zoon der wet wordt, een bar mitswa, een volwaardig lid van de geloofsgemeenschap. Je kunt dan ambtsdrager worden als het ware.

12, 13 jaar: In de geloofsontwikkeling is het de fase dat je zelf gaat nadenken, dat je zelfbewust wordt, kritische vragen stelt, echte antwoorden verlangt, wat geloof ik, wat wil ik, heb ik zin om mee te gaan naar de tempel in Jeruzalem? Heeft dat zin? Heeft dat nut?

Bij het opgroeien, volwassen worden, raak je iets kwijt, je  verliest je naïviteit

Het is ook voor jouw geloof en geloofsontwikkeling goed om te beseffen dat Jezus door deze fases van ontwikkeling is heengegaan, lichamelijke en geestelijke volwassen wording, de christelijke traditie en theologie heeft benadrukt dat Jezus waarlijk mens is. Hij heeft onze menselijkheid geheel aangenomen.

In de geloofsbelijdenis van Nicea die dit jaar 1700 jaar bestaat, een jubileum dat oecumenisch gevierd gaat worden, staat dat centraal, Hij is mens geworden, deze mens, Jezus uit Nazareth, om ons te redden.

Het is dus niet zo dat Jezus van jongsaf aan alles al wist, hij heeft ook moeten leren, wat het is om mens te zijn. Hij was niet per se het wonderkind, de wonderdoener in de dop.

Over de kindertijd van Jezus zijn er later wel allerlei wonderlijke verhalen in omloop gekomen, maar de evangeliën zijn daar nu juist terughoudend in.

Lucas houdt het dus bij de herkenbare, invoelbare episode van de 12-jarige die zoek raakt tijdens de bedevaart.

Jezus had later de gelijkenis van de verloren zoon, de verloren zonen, misschien wel niet zo inlevend kunnen vertellen als hij zelf die ervaring niet had meegemaakt, om als kind kwijt te zijn en gevonden te worden door zijn vader en moeder.

Zoals je ook alleen een leraar, een rabbi kunt worden, als je een leerling bent en blijft, zoals Jezus daar in de tempel het onderwijs van de rabbijnen volgt, het leerhuis, bezig is met de dingen van zijn Vader.

De tempel, als plaats waar God bij de mensen wil wonen. Heel opmerkelijk hoe de tempel een centrale rol speelt in het Lucas-evangelie, terwijl de tempel niet meer in gebruik was toen Lucas zijn evangelie opschreef. Maar daarom wil Lucas juist vertellen, dat God bij de mensen wil wonen, dat hij zijn zoon ter wereld laat komen en zijn geest heeft gezonden.

De geschiedenis van de 12-jarige Jezus nodigt je volgens mij uit tot een tweede naïviteit. Een term van de Franse protestantse filosoof Paul Ricoeur. Een behulpzaam begrip.

De tweede naïviteit. Het zegt iets over de 12-jarige Jezus en iets over je eigen geloofsweg.

Je eerste naïviteit, die je hebt als klein kind, verlies je gaandeweg bij het opgroeien. De magische wereld waarin wat je ouders zeggen per definitie de waarheid is, waarin wonderen  altijd geloofwaardig zijn, waarin de wereld ook om het kind draait.

Volgens Ricoeur volgt er op de eerste naïviteit, de kritische fase. De onderzoekende fase van klopt het wel, wat is er werkelijk gebeurd en welke belangen zijn er in  het spel? Dat ga je dan doorzien. Je verlies je naïviteit, je goedgelovigheid. En je zoekt je eigen weg, je maakt je stap voor stap los van je ouders.

Dat is niet alleen een persoonlijke ontwikkeling, maar ook een culturele. Onze cultuur is door de reformatie, de verlichting en de moderniteit heengegaan, kan niet meer op dezelfde manier denken en geloven als 1000 jaar geleden.

Ja, we hebben onze naïviteit verloren, dat hoor je nog wel eens verzuchten, als iets dat we helaas kwijt zijn geraakt, dan wordt er terug  verlangd naar een onschuldig verleden, dat helemaal niet zo onschuldig was.

Ik kan me voorstellen dat als de 12 jarige Jezus uit Nazereth met zijn ouders de jaarlijkse Paasbedevaart naar Jeruzalem maakt, hij dingen ziet die hem eerder niet waren opgevallen. Dat Jeruzalem een bezette stad is met Romeinse soldaten. Dat de tempel weliswaar prachtig is gerestaureerd door Herodes, maar was dat wel een goede koning.. Daarover denkt de jonge Jezus na, hij gaat vragen stellen, waar is God te vinden, als dit zijn woonplaats is. Hij wordt kritisch, verliest zijn eerste naïviteit.

En dan blijft hij in Jeruzalem om te zijn in wat van zijn Vader is, met God zelf bezig te zijn. Dat is een compacte, gecomprimeerde manier van vertellen om te laten zien dat er een tweede naïviteit ontstaat bij Jezus.

Een openstaan voor de verwondering, voor de aanwezigheid van God, de ervaring dat God bij de mensen wil wonen, afdaalt om hen te redden, dat is wat de jonge Jezus die dagen van Pasen in Jeruzalem beleeft en wat hij met zich mee zal dragen.

Jezus komt tot geestelijke groei door vragen te stellen. Door in het gesprek open te staan voor de mening van de ander en hoe dat je tot nieuwe inzichten brengt. Wie is er wijs? vroeg me aan een tijdgenoot van Jezus. Degene die leert van elk mens.

 Die tweede naïviteit wens ik je van harte toe voor het nieuwe jaar, die hebben we nodig, als we onze eerste naïviteit al lang zijn  kwijt geraakt.

In je geloof en spiritualiteit, dat je openstaat voor wat van God komt, dat je de verhalen uit de Bijbel niet voor kennisgeving aanneemt, van, zo is het kennelijk gebeurt, maar dat je gaat zien, wat hier verteld wordt heeft met mijn leven te maken. Dat je meegaat in dat leerproces, die geloofsweg van Jezus.

Wat bijvoorbeeld bijzonder is in dit verhaal, is dat de jonge Jezus en zijn ouders met Pasen naar Jeruzalem gaan, dat Jezus dan zoek raakt en dat ze hem na drie dagen vinden. Daarmee wijst Lucas op het sterven en opstaan van Jezus.

Een tweede naiviteit, verwondering, spontaniteit, in je omgang met God en misschien ook wel met je medemens, in je dagelijks leven, je manier van denken. Misschien heb je alle vertrouwen in de mens verloren, maar dat je ontdekt, zonder vertrouwen gaat het ook niet.

Want, stel je voor dat God had gezegd, ik ben te goed voor deze wereld, ik wil niet naïef zijn, dan was Jezus niet gekomen om in alles onze medemens te worden.

Tenslotte: wanneer Jezus en zijn ouders als herenigd gezin terugkeren naar Nazareth staat er dat ze afdalen en dat Jezus zich schikt onder zijn ouders en zo verder opgroeit.

Opgroeien, dat is afdalen, je wordt volwassener als je je meer en beter ondergeschikt kan maken, niet dat je altijd maar volgzaam en onderdanig moet zijn, echt niet, maar dat je leert van je medemens, dat je luistert en doorvraagt, dat je je,kunt verplaatsen in een ander.

Dat stopt niet als je 12 of 21 bent, daar kun je ook opnieuw mee beginnen als je 40 of 60 of 80 bent. Met een nieuwe naïeviteit.

Preek januari 2025