Practice what you preach

Preek Dorpskerk Barendrecht 22 september bij Deuteronomium 24: 17-22 Jacobus 2:14-26

“Broeders en zusters, wat helpt het ons als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar. Zou het geloof hem soms kunnen redden?” (Jacobus 2)

Na een boswandeling namen wij in aangename herfstweer een trappistenbiertje. Op het bijbehorende glas stond een tekst gegraveerd: “Practice what you preach”. Praktiseer wat je preekt. Dat gaven de monniken van het trappistenklooster ons mooi mee.

Geloof zonder daden is nutteloos, zelfs dood, zegt Jacobus. Is het nodig dat Jacobus tegen ons zegt? zouden we dat niet heel grif beamen. Natuurlijk is dat zo, uit je doen en laten moet blijken dat je geloof echt is, dat je te vertrouwen bent. Betrouwbaar en geloofwaardig. Daar kun je het alleen maar eens zijn. En zo wordt er ook tegen gelovigen aangekeken, ‘practice what you preach’. Doe er wat aan!

Anders werkt het niet, je geloof werkt samen met je doen, geloof is niet werkeloos, betoogt Jacobus. In Gods koninkrijk is altijd wat te doen. Vorige week hoorden we dat Jacobus ook zeggen. “Heb je naaste lief als jezelf, dat is het koninklijk gebod.” De regeringsverklaring van Gods Koninkrijk.

Je geloof werkt samen met je daden. Dat klinkt logisch. Maar Jacobus laat wel merken dat het niet vrijblijvend is. Dat het er dus ook toe doet waar je in gelooft.

Geloof je dat God in barmhartigheid naar ons omziet, ons opzoekt en aanspreekt, dat God één is, zoals Jacobus met de synagoge belijdt: “Hoor Israël, de Heer is onze God, de Eeuwige is één.” Dat houdt in, oprecht en integer en daarom te vertrouwen.

Geloof je dat God zo is? dan ben jij als mens daarop aanspreekbaar. En Jacobus maakt het heel concreet. De medemens zonder eten of zonder kleren die moet door jou gevoed en gekleed worden. Of zeg je met de beste bedoelingen, het ga je goed, veel sterkte, zonder iemand te helpen, slaap lekker buiten. Dat zou toch cynisch zijn.

Het verschil tussen onze leefwereld en die van Jacobus is misschien dat wij, door de bank genomen, minder in de situatie komen dat zo direct een beroep op je wordt gedaan. In onze samenleving houden we de ellende meer op afstand en meer voor onszelf. Het blijft vaak achter de voordeur.

Er wordt wel gezegd dat we in onze tijd door alle media en beelden veel meer meekrijgen van de nood van de wereld, maar daar zit dan een scherm tussen en die kan je uitzetten. Alles afsluiten. (handige functie)

Als ik Jacobus goed begrijp, dan is zijn oproep om die medemens in nood echt binnen te laten komen. Zoals de weerloze hongerlijdende gast echt zijn synagoge binnenkomt. Om je daar niet voor af te sluiten, om je zo op te stellen als geloofsgemeenschap, als diaconie, dat de noodkreten en hulpvragen je daadwerkelijk bereiken.

Dus dat is de uitdaging waar Jacobus mij voor stelt, ben je bereid om jezelf in de situatie te brengen, dat je de armoede en eenzaamheid van je medemens echt meekrijgt. In de Bijbel de ervaren werkelijkheid van de weduwe, de wees en de vreemdeling te gast.

Wat weet ik daar eigenlijk van? Wat ik meekrijg van huishoudens die bijvoorbeeld kampen met schulden, in de schuldsanering zitten, is het schrijnende er van. Dat je denkt dat, dit bestaat in Nederland. Hoe lastig het vaak is om structureel te helpen, maar ook hoeveel mensen gebaat kunnen zijn, met gewoon een boodschappenpakket, een stofzuiger of een paar nieuwe schoenen.

Dus er zijn genoeg situaties waarin je die woorden van Jacobus letterlijk moet nemen. Gewoon doen, wanneer je in de gelegenheid bent.

Deuteronomium spreekt net als Jacobus over het voeden en kleden van wie diep in de penarie zitten. Mozes herhaalt het steeds: verplaats je in hun situatie. Bedenk dat God jou ook moest vrijkopen uit Egypte. Dan weet je hoe het is. Hoe belangrijk het is om je eigenwaarde te behouden.  

Dat je niet in een precaire situatie wordt gedwongen, zoals de weduwe met een betalingsachterstand die haar bovenkleed in onderpand moet doen, zich bloot moet geven, met andere woorden in de prostitutie belandt, haar eer moet verkopen om te overleven.

Dat je niet hoeft af te wachten of er iets voor je overschiet, maar dat je zelf iets kunt doen om inkomen te verkrijgen. De aren die blijven liggen aan de rand van de akker, de druiven en de olijven die in de boom blijven hangen, die zijn er voor jou. Je hebt er recht op.

 Het recht van de vreemdeling mag niet gebogen worden zegt Mozes profetisch, Deuteronomium denkt dan aan minderheden, de arbeidsmigrant, die je niet moet uitbuiten, een fatsoenlijk loon moet geven.

Dat heeft met geloof te maken, want God vraagt het van je en zegt: daarom gebied ik je dit te doen, zo klinkt er steeds in de Tora. Omdat je het zelf hebt meegemaakt, omdat je er over mee kan praten wat het is om gered te worden, vrijgekocht, uit de ellende bevrijd, daarom zie je je naast als iemand die is zoals jij.

Dat is de solidariteit, waarin de Eeuwige zelf ons voorgaat. Hij is afgedaald om jou te redden. In die barmhartigheid is Hij onze God.

En dan geeft Jacobus twee voorbeelden die nogal te denken geven om aan te tonen dat geloof, betrouwbaarheid, gepaard gaat met daden. Abraham en Rachab.

Eerst Abraham die bereid was zijn zoon te offeren. Zodoende werd hij door God rechtvaardig verklaard. Heel typisch dat collega Paulus het voorbeeld van Abraham andersom gebruikt, om aan te tonen dat goede werken zonder vertrouwen nutteloos zijn. Jacobus bekijkt het precies van de andere kant: zonder bijbehorende daden is vertrouwen zinloos. (Zo meerstemmig is de Bijbel dus.)

Maar het voorbeeld zelf roept natuurlijk vragen op. Abraham die gehoorzaamt als hij opdracht krijgt zijn zoon te offeren. Toen we dit aan tafel lazen, vonden onze kinderen het geen goed voorbeeld. Gelukkig maar.  Het verhaal uit Genesis zelf, in de Joodse traditie, de binding van Izaäk geheten, heeft meerdere lagen. Het gaat over de geloofsgehoorzaamheid, het vertrouwen van Abraham. Maar de uitkomst is tenslotte is dat God het offer verhindert, deze God wil geen mensenoffers. Laat dat duidelijk zijn. En de stem die Abraham hoort, zegt: laat je zoon, je enige opgaan, omhoog. Dat is de technische term voor een offer. Maar bij nader inzien kan het ook duiden op het beklimmen van de berg. Zo gingen zij beide tezamen.

Hoe Jacobus de binding van Izaäk verstaan heeft… ? Juist dit voorbeeld geeft aan dat het doen van het geloof nog niet zo eenvoudig is, lang niet altijd zo eenduidig, waar doe je goed aan. Gaandeweg zal het blijken. In de geloofspraktijk leer je steeds bij.

 Gisteren hadden we als kerkenraden van de Bethelkerk en Dorpskerk een gezamenlijke heidag over een gezamenlijke toekomst. Op de hei van Carnisse Haven. En dan ben je er ook niet in een keer uit, waar doe je goed aan, je kunt van de ander en van je eigen kerk toch niet vragen alles op te offeren, maar je kunt elkaar wel leren vertrouwen door samen te werken, het woord dat Jacobus ook gebruikt. Zo gingen die beiden tezamen…

En dan Rachab, ook al zo’n twijfelachtig voorbeeld. De prostituee van Jericho. En dan de verkenners, op onderzoek in het beloofde land, die heel toevallig bij haar terecht komen. Jacobus noemt ze ironisch boodschappers, engelen, maar dat waren ze natuurlijk niet.

Ik vermoed dat Jacobus het voorbeeld van Rachab noemt om ons te behoeden voor perfectionisme. Het is niet zo dat je pas goed kan doen als je helemaal zuiver bent. Je krijgt geen leefbare samenleving als je van elkaar en van jezelf eist dat er niets op je aan te merken is. Bij Rachab hebben critici vast gedacht dat haar gastvrije bed, bad en brood-regeling soberder kon,  maar ze was hulpvaardig toen het er op aan kwam. En daarmee heeft ze mensen in nood gered.

Kan het geloof je redden, vraagt Jacobus ons. Geloof je in God die mensen redt, dan geloof je in een samenleving waarin mensen die het niet redden, worden geholpen. Practice what you preach!

een berg verzetten in borderline times

Genadestoel, Suermond-Ludwig Museum Aken

Preek 3 september Dorpskerk Barendrecht bij Matteüs 17:14-21

Kan geloof bergen verzetten? zeg het maar, wat denk je, zou het mogelijk zijn. Niets is onmogelijk voor wie gelooft, ik hoorde die tekst notabene pas in een autoreclame. Als een succesformule. Dat is niet het geloof dat Jezus ons wil leren, ik zeg het maar meteen. Geloof is geen recept tegen alle mogelijke kwalen, geen garantie voor een 100% geslaagd leven. Niet voor niets zegt de apostel: “Al had ik geloof, dat bergen kon verzetten, maar had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.”

Jezus heeft het in Matteus niet over bergen, maar over ‘déze (ene) berg verplaatsen’. En dan bedoelt hij de berg waar hij zojuist vanaf gedaald is. De berg waar hij Mozes en Elia heeft ontmoet, de Tora en de profeten. De berg waar hij in het licht wordt gezet, verheerlijkt. De berg waar een hemelse stem speekt: dit is mijn geliefde  Zoon, in hem vind ik vreugde. De berg waar Jezus echter niet kon blijven, ook al wilde Petrus dat wel. En bij het afdalen spreekt hij over zijn lijden, en opstanding.

Díe berg wordt verplaatst, overgezet in het leven van een mens, daar geplant als een zaadje. Want daar beneden die berg is een mens, een vader die bezorgd is om zijn kind. Een jongen die vreselijk lijdt volgens zijn vader, er slecht aan toe is, van het ene in het andere valt. Maanziek noemt Matteus het, een wat mysterieuze term, in het engels zou het letterlijk  ‘lunatic’ zijn, gewoon een beetje gek. Of is het toch een ernstige, gevaarlijke vorm van vallende ziekte. Soms valt hij in het water, soms in het vuur…

Een bezorgde vader, het valt mij niet moeilijk om mezelf daarmee te identificeren, ik zie overal gevaar volgens mijn kinderen. ‘Pas je op dat’ .. ‘ik ben  niet gek’, zeggen ze dan.

Wat Jezus doet is de demon  bestraffen en weg laten gaan uit de jongen. Met een eenvoudige terechtwijzing. Ik stel me dat zo voor dat hij de jongen gerust stelt, kalmeert. De angst en wanhoop die van de vader op het kind waren overgeslagen, neemt hij weg. Een duivel uitdrijven, heeft in de bijbel altijd te maken met ‘de menselijkheid terugbrengen’, je valt niet samen met de ziekte die je hebt, je bent niet alleen maar patient, niet louter zorgenkind of hoofdpijndossier.

Zo zie ik het voor me, maar het gaat niet om een geïsoleerd geval:  Jezus wordt zodra hij van de berg afkomt voor de voeten geworpen dat er op aarde lijden is en de discipelen vragen vertwijfeld: waarom kunnen wij daar niets tegen doen?

En dat valt verkeerd bij Jezus, hoezo kunnen jullie niets doen? Denk aan de berg, waar we vandaan komen, aan Mozes en Elia, oftwel de Tora en de profeten, die vertellen wat je wel kan doen, geloof daarin, dat is je toevertrouwd. Dat is toch de berg van het verbond. Denk aan de berg en die stem, dit is mijn Zoon, in hem vind Ik vreugde.

Deze berg, de berg van het verbond, de berg waar die stem klinkt, is verplaatsbaar,  ook naar de situatie van deze bezorgde lijdende vader, zodat hij  weer vreugde vindt in zijn kind, vertrouwen krijgt.

En de discipelen krijgen genadig op hun donder van Jezus. O ongelovig volk, hoe lang moet ik nog bij jullie zijn. Jullie verdraaien het geloof. Omdat je in krampachtige pogingen om een probleem op te lossen, het kind laat vallen. Omdat je bent gaan denken dat je er toch niets aan kan doen.

Paulus benadrukt wat je wel kunt doen: bijstand verlenen, troosten, barmhartigheid bewijzen, iets van je levenswijsheid delen.

Daar wordt de berg waar Jezus vandaan komt verzet. Omdat de pijn wordt erkend, het lijden gezien, krijg je vertrouwen dat je opgevangen wordt, ook als je valt.

Een mooi beeld vind ik dat van Paulus over het lichaam van de Heer, dat is een gewond en kwetsbaar lichaam. En ieder heeft daarin een vitale functie. En zegt hij dan tenslotte, als je barmhartigheid bewijst, moet je dat blijmoedig doen.

In de gaarkeuken van Rotterdam-Zuid kom ik die blijmoedigheid tegen, daar kookt chef-kok Walter dagelijks een gezonde maaltijd voor wie niet rond kunnen komen. Een vrolijke keuken, (daar aan de Persoonshaven, met bewoners die ergens in hun leven gevallen zijn, maar elkaar ook opvangen) Ik was daar een paar keer om courgettes te brengen die overschoten in de moestuin. Nu word ik daar de courgetteman genoemd.

Terug naar het verhaal: De jongen valt volgens zijn vader soms in het water en soms in het vuur, water en vuur, tegengestelde elementen: duidt dat op een bipolaire stoornis, van het ene extreem in het andere? De Belgische psychiater Dirk de Wachter schreef 10 jaar geleden al weer het boek ‘Borderline Times’:

Het is hem opgevallen dat mensen die als normaal te boek staan eigenlijk hetzelfde gedrag, dezelfde symptomen hebben als degenen die zogenaamd niet normaal zijn: de samenleving is onvoorspelbaar, impulsief, instabiel, destructief. Met gek genoeg weinig tolerantie voor wie afwijkt van de norm.

Onze tijd wordt getekend door een fanatiek streven naar geluk, maar dat maakt dat er geen plek meer is voor lijden, ongeluk wordt nauwelijks getolereerd, de vallende mens niet opgevangen.

Psychiater Dirk de Wachter zegt in feite, onze rusteloze tijd heeft iets van dan weer in het water, dan weer in het vuur vallen. Het ieder voor zich, het gevoel dat je zelf je leven moet maken, maakt dat de mensen hun mentale evenwicht verliezen. Je verdrinkt in machteloosheid of je ontsteekt in ongerichte woede. En daar komt dan nog de stress van de klimaatverandering bij, met de beelden van overstromingen en bosbranden, water en vuur.

Is een tegenbeweging mogelijk? Een alternatief. Waarom wil het maar niet lukken.

Jullie konden het niet vanwege je kleine geloof, zo spreekt Jezus zijn leerlingen streng toe. Kunnen ze dat eigenlijk wel helpen, waarom valt Jezus dan zo uit? Het lijkt erop dat Jezus hier ook zijn eigen demon van wanhoop en onmacht moet verdrijven.

Hoe lang moet ik jullie verdragen, verzucht Jezus…Dat is wel wat Jezus doet: tot het einde hun ongeloof dragen.

En helemaal aan het eind van het evangelie is Jezus opgestaan en dan ontmoet hij zijn leerlingen nog eenmaal, op de berg, dan is er nog steeds klein geloof bij de leerlingen, ze aanbidden hem en sommigen twijfelden. Maar dan zegt de levende Heer: zie Ik ben met jullie, tot aan de voltooiing van deze wereld.

Iemand zei, dat is eigenlijk een troost, een bemoediging dat Jezus iets kan beginnen met volgelingen die twijfelen, die niet heel veel geloof hebben, met een ernstig tekort aan vitamine g. Dat hij die kleingelovigen roept en bij hen blijft tot het einde.

Een mosterdzaadje vitamine g, dat kleine beetje geloof van jou  is genoeg, daarmee kan die ene berg verzet worden in jouw leven, komt er vreugde en vertrouwen in jouw bezorgde bestaan. Het geloof van het verbond, van Mozes en Elia, die ook door water en door vuur moesten gaan. En die een berg op gingen om God te ontmoeten en weer afdaalden om te vertellen dat er een stem is die spreekt.

Tenslotte: In de vakantie fietste ik over het Drielandenpunt naar Aken, de Vaalserberg, hoger kom  ik niet, en in het bos stond daar een christusbeeld, met daaronder in het Duits een tekst van Bonhoeffer uit zijn gebed ‘door goede machten’. U kent het:

 ‘In goede machten liefderijk geborgen/ verwachten wij getroost wat komen mag. God is met ons des avonds en des morgens./ Is zeker met ons elke nieuwe dag.

En in het museum van Aken zag ik een prachtig houten beeld van wat een genadestoel wordt genoemd. God is afgebeeld als een Vader die Jezus in de armen houdt. Een God die het lijden draagt.

Dat is geloof, dat God ons opvangt, niet laat vallen wat Hij met jou begonnen is. Amen