
O wereld, als je zou weten wat jou vrede brengt.
Jezus huilt, hij weent. Indrukwekkend vind ik het, dat dit juist bij zijn intocht vermeld wordt. Op de olijfberg staat op deze plek nu een kerk, in de vorm van een traan. Jezus huilt om het lot van Jeruzalem, het noodlot dat Lucas heel precies beschrijft, vijandelijke legers die zullen komen om de stad te belegeren en met de grond gelijk te maken.
Een pijnlijke geschiedenis en ook nu aan de orde van de dag op teveel plekken in deze wereld. Hartverscheurend. Dat wekt bij Jezus een diep verdriet. Dat moment dat hij op een ezel de helling van de olijfberg afdaalt en de stad Jeruzalem nadert. De stad die hij innig liefheeft. Zoals eens de profeet Jeremia ook treurde om de verwoesting van zijn stad.
“Gezegend wie komt in de naam van de Heer”, zingen de leerlingen. Psalm 118, een van de lofpsalmen uit de pesachliturgie. “Eeuwig duurt zijn vriendschap”. De psalm ook die de pelgrims wordt toegezongen als ze de tempel betreden. We zegenen u vanuit het huis van de Heer.
In psalm 118 is er ook sprake van dreiging, van een belegering en omsingeling, en daar is het de Heer die voor uitkomst zorgt, bevrijding, een doorbraak.
‘O Jeruzalem, als je zou weten wat jou vrede brengt, wat dient tot jou shalom’, treurt Jezus. Het is van belang om hier oplettend te lezen. Bedoelt Lucas dat als Jeruzalem het wel had geweten, dat dan die ondergang niet plaats had gehad. Dat is de gevolgtrekking die in de kerkgeschiedenis te vaak gemaakt is ten koste van de synagoge.
In die anti-joodse interpretatie is Jeruzalem verwoest, omdat de inwoners Jezus niet als messias hebben aanvaard. In veel kerken zag je een afbeelding van een vrouw met een gebroken staf en een blinddoek om en die geblinddoekte vrouw stelde de synagoge voor.
Bedoelt Jezus dat met: nu is het verborgen voor jouw ogen? Spannende vraag.
En wat is het dan dat Jeruzalem niet wil of kan inzien. Jezus zegt, wat tot jouw vrede dient, het moment dat God naar je omziet.
Jezus lijkt te doelen op een beslissend moment, een kans om tot inzicht en vrede te komen.
Ik geloof niet dat Jezus het Jeruzalem verwijt dat hij niet als de messias wordt erkend. Want juist op dat moment zijn er mensen die hem als koning binnenhalen. Wordt hij als de messias, de zoon van David gezien, want ook Salomo werd eens op een muilezel gezet en daarmee als opvolger van David aangewezen.
Hij wordt toegezongen, gezegend als de komende, de koning, in naam van de Heer.
Toegejuicht en vorstelijk onthaald door, de menigte van leerlingen. Daarmee bedoelt Lucas niet per se een volksmassa, niet alles en iedereen, maar een grote groep leerlingen, zijn discipelen vormen een erehaag.
Voor Jezus is het genoeg dat zijn discipelen de hint begrijpen, dat dit het koningschap in naam van de Heer is, zoals de profeten van Israël het hebben gezien.
Er zijn een aantal farizeeën die wijzen op de risico’s van deze optocht, met goede bedoelingen: ‘Houd uw leerlingen toch in bedwang. Laat ze stil zijn.’ Met als achterliggende reden: dit gaat verkeerd aflopen, als de Romeinen ingrijpen wordt dat uw dood, dan zullen ze deze beweging in de knop willen breken.
Zeker in het Lucasevangelie sympathiseren de farizeeën met Jezus, hij is een geestverwant en ze proberen zijn leven te redden. Ze spreken hem respectvol aan met ‘meester’.
Maar Jezus gaat tegen het welgemeende advies in. Hij wil de vreugde van de leerlingen om de verwonder-daden die ze hebben gezien op waarde schatten. Dit mag niet genegeerd worden, dit moet de ruimte krijgen.
“Als ze zwijgen, zouden de stenen het uitroepen.” Een bijzondere uitspraak van Jezus, hoe vat je deze woorden op? Ik lees ze zo: Koester dit messiaanse moment, van vertrouwen en verwondering. Want als je de stem van de hoop tot zwijgen brengt, dan houd je alleen nog de puinhopen van deze wereld over, de stenen die omver zijn gehaald en getuigen van vernietiging.
Er zijn een paar momenten in het evangelie dat Jezus die zelf heel voorzichtig is om zich als messias te presenteren, die zelf behoorlijk pessimistisch kan zijn, het goed recht verdedigt van anderen om vrolijk en zelfs zorgeloos te zijn.
Jezus trekt zich op aan wat je de liturgie van de straat kunt noemen. Laat zich daar door dragen. Hij heeft het nodig. Hij komt op voor het demonstratierecht van zijn discipelen. Hun messiaanse verlangen. Dat neemt zijn verdriet niet weg, zijn pijn om de stad en de wereld, de dreiging, de ondergang die hij ziet aankomen. De vrede die geweld wordt aangedaan. Alle stenen die roepen.
Deze hoop op een ander soort koningschap, Gods toekomst, die wil Jezus het zwijgen niet opleggen, deze messiaanse muziek die hij zelf heeft opgeroepen, maar die toch ook spontaan ontstaat, die moet klinken. Tegen de stenen in.
De koning, degenen die komt, zo wordt de Heer toegezongen, dit koningschap is tussen al die andere heren en meesters in deze wereld geen gegeven, maar is komende, ons tegemoet.
Jezus huilt om Jeruzalem. Nu we de stille week ingaan, willen we Jezus niet alleen laten in zijn verdriet en pijn, als gemeente gaan we met hem mee deze komende dagen, ‘opdat wij Heer U niet, verlaten in uw diep verdriet, maar bij U zijn in alle pijn, waarmee de mensen mensen zijn.’
En misschien dat je het wel heel erg met Jezus mee kan voelen, de tranen die hij op de olijfberg stort, zijn ondergangsstemming, het ontbreken van perspectief op vrede, voel je je belegerd en omsingeld door de dreiging.
Laat je dan ook bemoedigen door de lofzang van de discipelen. Hun hoop op een ander koningschap. Dat het echt Pasen wordt, die levendige verwachting. De Heer heeft het nodig. En wij des te meer.
Deze week zagen we hier in de Dorpskerk het toneelstuk over kamp Westerbork. Indrukwekkend, gebaseerd op het aangrijpende boekje ‘De nacht der girondijnen’ van Jacques Presser. Over ver een gevangene die cynisch is geworden, in de greep is geraakt van het machtsspel, zo verklaarbaar en bijna onontkoombaar in de strijd om te overleven. Totdat hij iemand tegenkomt, een rebbe, een godsddienstleraar, Jeremia Hirsch, die een tegengeluid laat horen, die hem aanspreekt op zijn menselijkheid, die als Abraham tegen het lot in en desnoods tegen God in, opkomt voor gerechtigheid.
Ook al is het verborgen voor onze ogen. Bonhoeffer, het was deze week 80 jaar geleden dat hij ter dood werd gebacht, zegt dat hij onnoemelijk kan lijden onder Gods verborgenheid in deze wereld, God die onder die als het ware onder stenen bedolven ligt.
Dat er dan discipelen zijn die dan toch hosanna zingen. Let op ‘Hosanna’, betekent oorspronkelijk iets anders dan hoera. Het betekent, ‘breng toch redding, Heer!’ het is een roep om hulp.
En ze zingen: Vrede in de hemel, let op, daarmee bedoelen ze niet, we geven deze wereld op, maar juist dat de Heer naar deze wereld om ziet. Dat zijn vrede tot ons zal komen. Zoals in het gebed van Jezus, dat we ook zometeen weer bidden: uw wil geschiede in hemel, laat het zo ook op deze aarde zijn.
Preek Palmzondag 2025 Dorpskerk Barendrecht