Boekbespreking

Het is jaren geleden dat ik het eerste deel van ‘De moord op de commendatore’ van de Japanse schrijver Haruki Murakami las. Destijds bedacht ik om deel 2 (met als komische ondertitel ‘metaforen verschuiven’), maar niet te lezen, omdat ik geen liefhebber ben van magisch realisme. Maar het bleef me toch trekken, de wederwaardigheden van een kunstenaar die vanwege een echtscheiding tijdelijk in het huis woont van een bejaarde beroemde schilder, die zelf is opgenomen in een verzorgingstehuis.
Op zolder van dat huis ontdekt hij een schilderij en vervolgens komen er bovennatuurlijke krachten vrij. Ook een meisje dat hij tekenles geeft krijgt er mee te maken en dan is er nog een succesvolle doch ongrijpbare buurman Menshiki (zijn naam betekent in het Japans ‘vrij van kleur’) aan de andere kant van het bergdal die duidelijk een eigen agenda heeft.
Behalve het surrealisme zijn er ook de soap-achtige plotwendingen en de aanhoudende verwijzingen naar klassieke en populaire muziek die het verhaal kitcherig dreigen te maken. Maar nu ik jaren later het tweede deel in handen had, wilde ik toch weten hoe het verder ging met de tobbende hoofdpersoon, het puberende meisje en de intrigerende buurman. En dan nog de personages uit het tot leven gekomen schilderij en niet te vergeten de man in Subaru Forester (auto’s worden uitgebreid beschreven).
Wat is er dan toch interessant aan de wereld die Murakami schept? Het perspectief van de hoofdpersoon is geloofwaardig. Hij wil zich bij de feiten van zijn vastgelopen leven neerleggen, maar dat lukt hem niet helemaal. Je gaat graag in zijn gedachtegang mee. Hij is een agnost en de onverklaarbare dingen die hij meemaakt neemt hij laconiek op. Als lezer heb je wel door dat de verschijningen waar hij getuige van is voornamelijk voortkomen uit zijn eigen psyche. Het is echter meer dan inbeelding, de werkelijkheid genereert een surplus aan betekenis, zoals een nieuwe generatie theologen dat thematiseert. Ik heb het gelezen als een pleidooi voor religie in een technocratische wereld. De onttovering wordt verbroken.
‘Is een religieus personage interessant?’, werd er aan een schrijver gevraagd in een radioprogramma. ‘Daar heb ik geen oordeel over’, was het vlakke antwoord. De teneur in de Nederlandse literatuurkritiek is dat een gelovig persoon iemand is met vaststaande overtuigingen en een bekrompen wereldbeeld. Maar zou religie je juist niet extra ontvankelijk maken en de meerduidigheid en gelaagdheid van onze ervaringen van kleur voorzien? En is ‘suspension of disbelief’ niet de kern van wat literatuur doet?
Het laatste hoofdstuk van ‘De moord op de commendatore’, heet ‘Als een vorm van genade’. Verzoening en redding bestaan echt. En het boek sluit af met een uitspraak van de hoofdpersoon die volgens mij tevens een raadgeving van de auteur aan de lezer is: ‘Dat kun je maar beter geloven’.