Het gebed van God

Hendrick ter Brugghen, de Annunciatie, 1629, stedelijk museum Diest, beeld artinflanders.be

Onze krant opende deze week met een minder leuke kerstboodschap. Het christendom inspireert nog amper stond er op de voor. Een op de 5 Nederlanders vindt Jezus nog relevant. Dat blijkt uit een onderzoek van de EO. ‘Een levensbeschouwelijke ramp’ wordt het genoemd.

Nu zal je dat misschien niet verrassen en de uitkomst van de enquête heeft wellicht ook met de insteek van de Evangelische Omroep te maken die erg op het zenden van een boodschap is gericht, op relevant en zichtbaar zijn, terwijl het in het geloof toch echt van de andere kant moet komen en het er juist om gaat dat God in het verborgene werkt.

Toch voel ik wel iets van pijn, als ik het lees, vooral omdat ik het herken, om me heen, ergens toch ook bij mezelf. Ik ervaar het als verlies dat Jezus het aflegt tegen de influencers en trendsetters van onze tijd.

En het helpt ook niet echt als een nieuw verkozen 2e kamervoorzitter met een op zich oprecht gebed van Gerard Reve afsluit. Daar wordt je als kerk ook weer op aangekeken en afgerekend.

Maar, eigenlijk is het zo logisch, want als Maria zich al afvraagt ‘hoe kan dit’ en wat heeft dit te betekenen’, wat zouden wij er dan mee kunnen? Want het is zo’n apart verhaal en er zitten ook denkbeelden in over relaties en seksualiteit die niet per se de onze zijn. Dat Gabriël Maria komt vertellen wat er gaat gebeuren en zij moet zich daar dan maar in schikken. Vreemde geschiedenis.

Hebben we meer Maria nodig? dat zou kunnen. Een jonge vrouw die het heil draagt en bewaart in haar hart, die met een mooi Duits woord Hoffnungsträger wordt. Gezegend onder de vrouwen. Zij zegt, hier ben ik, stapt uit de schaduw, hier komt een mens aan het licht, waar de gangbare geschiedschrijving aan voorbij was gegaan. Zij inspireert, juist omdat ze zelf niet zo nodig relevant wil zijn.

Dat gedicht van Reve heet trouwens dagsluiting, het gaat zo:

Eigenlijk geloof ik niets en twijfel ik aan alles,

maar soms wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,

dan denk ik dat Gij liefde zijt en eenzaam

en dat in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt,  als ik U.

Toch niet alleen maar ironie dit gebed, meer dan nostalgie. Ergens is dit de boodschap van Kerst, dat God onze eenzaamheid doorbreekt.

Hier ben ik, de Heer wil ik dienen en dat uit zich in dat prachtige gedicht dat wij hebben gezongen als de lofzang van Maria, is in kloosters de dagsluiting/ het avondgebed. ‘Mijn ziel maakt groot de Heer.’

 Daarvoor hoeft ze zelf niet uit te blinken en te excelleren, God heeft haar gezien in haar lage staat, in haar netelige positie, juist als ongehuwde moeder, dan stond je maatschappelijk niet hoog in aanzien, dan wilde je je misschien het liefst verstoppen. Maar Maria stapt naar voren. Alle generaties zullen haar gelukkig prijzen. Dus niet dat ze klein of min denkt over zich zelf, maar de lofprijzing haalt haar uit haar isolement.

En dan komt heel de geschiedenis van het volk Israël mee. Het verbond van deze God die bondgenoten zoekt, verbondspartners die zeggen: ‘hier ben ik’. Zoals Abraham deed en Mozes.

‘De Heer wil ik dienen, mij geschiedde naar uw woord’, zegt Maria tegen Gabriël, laat met mij gebeuren zoals u heeft gezegd. ‘Fiat’, staat er in de latijnse vertaling, laat gebeuren, zij geeft haar fiat. Dat is meer dan  ‘het zij zo’. Ook al is ze totaal overrompeld, ze is er helemaal bij, zij doet mee. De God van het verbond handelt niet zonder zijn mensen erbij te betrekken.

Vandaar dat de kerk bij deze Adventszondag de tekst uit Jesaja heeft uitgekozen. Over de samenwerking tussen hemel en aarde.  Dauwt hemelen. Een beeld uit de natuur, bij natuurkunde moet je dat leren wat condenseren is. En laat de aarde zich openen, zodat redding zal ontkiemen. In een traditioneel commentaar wordt de betekenis hiervan gezocht in de zekerheid dat dit gaat gebeuren.

Zo zeker als de akker gewas voortbrengt wanneer het regent, zo zeker komen Gods beloften uit. Volgens mij ligt de gelijkenis meer in de wisselwerking, de interactie. De redding die God brengt komt van boven, maar ook van beneden. Laat de aarde en daar zijn wij aardbewoners mee bedoeld, gerechtigheid voortbrengen. Dat is volgens Jesaja Gods gebed aan ons. Laat er in deze wereld iets van terecht komen….

De engel Gabriël zegt tegen Maria: Je zult hem Jezus noemen: Jeshua in het Hebreeuws .Redder of redding. Het is de redding waar God om bidt en naar verlangt in Jesaja 45: laat er redding ontkiemen.

Wat Jezus in onze tijd een beroerde uitgangspositie lijkt te geven, is nog het meest de afwezigheid van reddingsbehoefte. Waar hebben wij Jezus eigenlijk voor nodig. Hoe zou Jezus ons kunnen redden en waarvan eigenlijk? Een levensbeschouwelijke ramp voelt niet als een echte ramp. We denken het wel te redden en we zien wel waar we onze inspiratie vandaan halen.

 Miskotte noemt dat al in 1936 het ontzettende geheim van deze tijd, in een kerstbrief aan zijn gemeente, Haarlem: “Wij hebben God niet meer nodig.(…) deze hartverscheurende en zalige krampachtigheid vieren wij de zinloosheid van het mens-zijn als had het tóch een zin: de dappere eenzaamheid, de dappere dood.”

Maar lees Jesaja 45: dauwt hemelen: er is een God die vurig naar redding verlangt, voor wie opgesloten zitten in het duister, vluchtelingen in hun kampen, vervolgde christenen, Oekraïeners in hun schuilkelders, Russische soldaten die naar het front worden gestuurd, Israëliers die gegijzeld zijn, inwoners van Gaza die geen kant op kunnen.

En die ook jou en mij wil bevrijden van je onvrede, je onbehagen, je zelfgenoegzaamheid. Open je daarvoor. Dat is Gods gebed.

Preek 4e Advent bij Jesaja 45:8 en Lucas 1

Plaats een reactie