preek bij Exodus 14 en 1 Petrus 3
Een koningshuis van priesters zullen jullie zijn, een heilig volk, zo speekt Mozes het volk Israël aan, als de Eeuwige een verbond met hen gaat sluiten. En deze eretitel gebruikt ook Petrus in zijn brief voor de gemeente van Christus, een koningshuis van priesters en een heilig volk.
Gekroond en gezalfd ben je, aan God toegewijd. Precies bij de kroning van Charles III sprak de bisschop die woorden en inderdaad juist bij de zalving, het onderdeel van de ceremonie dat heel persoonlijk werd gehouden, niet voor het oog van de wereld, maar afgeschermd van de camera’s. Voor Gods aangezicht.
Dat maakte op mij nog de meeste indruk dat je het niet zag, dat die zalving in het verborgene gebeurde, ook een staatshoofd heeft recht op een eigen ruimte en het maakte dat het ook waarachtig, het gaat niet om de beeldvorming en om het pronken en pralen, maar om een mens die een taak krijgt, een opdracht, een zware last zo’n kroon op je hoofd, dan gaat het er om dat je hart daar klaar voor is.
Dat gebeurt in de zalving en dat is in de kerk ook toewijding aan Christus, de naam die gezalfde betekent, in het Hebreeuws messias.
(misschien heb je er niet zoveel mee, ben je republikein, maar ik vind dat die Bijbelteksten dan wel zin hebben, het gaat om dienend leiderschap, een democratisch ideaal). Het revolutionaire van dat koninklijk priesterschap is dat de Eeuwige niet tegen Mozes zegt, jij wordt koning en priester en Petrus profileert zich ook niet als de sterke man en troonopvolger. De gemeente wordt aangesproken, in dat verbond, in Christus, zijn jullie een koningshuis van priesters, een heilig volk.
Jullie zijn gekroond en gezalfd en ingewijd, vorstelijk op de troon gezet. En het bijzondere is dat Mozes dat zegt tegen een heel sjofel volk, op de vlucht geslagen, haveloze gelukszoekers in de woestijn, zonder bed, bad en brood. Alleen het manna van boven.
En Petrus, daar ga ik nu verder op door, die ziet een gemarginaliseerde gemeente voor zich, een kerk in een al even precaire positie, vreemdelingen zijn het in hun omgeving, rare types misschien wel, onaangepast, omdat ze meegaan in dat verhaal van sterven en opstaan, omdat ze Jezus als hun Heer en meester zien.
En daar worden ze op aangekeken, Petrus zegt tenminste dat dat voor kan komen dat je onrecht wordt aangedaan, dat je lijdt, juist omdat je het goede nastreeft. Heb je dat wel eens meegemaakt? Dat gebeurt niet overal en altijd, Petrus geeft daar een heel genuanceerd beeld van, in de regel is er waardering voor, als je eerlijk bent, vriendelijk in de omgang, zachtmoedig, dat wordt al een beetje vreemd gevonden. En het kan ook zomaar omslaan, dan worden je intenties gewantrouwd, je motieven verdacht gemaakt, juist omdat je gelooft?.
Petrus denkt bij dat lijden vooral aan verbaal geweld, kwaadsprekerij, intimidatie en bangmakerij, hoor jij soms ook bij de kerk..? Scheldpartijen, haat, woorden doen pijn, laten lidtekens achter, het is niet dat je het niets doet, leugens kunnen je in de problemen brengen, er zijn ook nu landen in de wereld waar christenen heel gemakkelijk worden opgepakt op grond van valse beschuldigingen. Dan kom je in de gevangenis, Petrus weet daar alles van en over de gevangenis gaat het ook in zijn brief. Daar komen we nog op.
Dan komt het er op aan dat je een moreel kompas hebt, een goed functionerend geweten, heilig de christus in uw harten, zegt Petrus, wars van uiterlijk vertoon, koester het leven van de Geest in je, de olie waarmee je gezalfd bent trekt naar binnen, vernieuwt je van binnen uit.
En dan heb je een antwoord als je wordt aangesproken, een tegengeluid. Als je om rekenschap wordt gevraagd omtrent de hoop die in je is, zegt Petrus. Ja, wanneer gebeurt dat eigenlijk zeiden we tegen elkaar in de Bijbelkring toen we dit gedeelte lazen, wie is er in geïnteresseerd in die hoop en kun je het eigenlijk wel uitleggen. Je stuit op zoveel onverschilligheid.
Nu, ik denk dat er wel degelijk verlangen is in je eigen omgeving naar een tegengeluid dat de onverschilligheid overwint, een innerlijke overtuiging die houvast biedt. Een waarachtige levenshouding, een betrouwbaar geweten. Dat wil je toch zelf ook.
Gelukkig ben je dan, zegt Petrus hier, zo heeft hij dat ook in de bergrede van Jezus gehoord. Je hoort dan bij dat koninkrijk van priesters, een heilig volk. Met onze koningsdag in Rotterdam was het thema: allemaal koningen en koninginnen. Mooi, of is het risico dat we ons dan als prinsen gaan gedragen, allemaal de baas in ons eigen vorstendom, we bepalen onze eigen regels wel totdat de politie en de ME notabene op een feestdag in actie moeten komen. Dan kom je van een koude kermis thuis.
In de schriftlezingen word je niet tot prinsen en prinsessen, maar tot een koninkrijk van priesters gezalfd. Luther noemde dat het priesterschap van alle gelovigen. Dat je geroepen bent om elkaar in het geloof te bemoedigen en te sterken, de gemeenschap te dienen, gewoon ook door mee te doen en je taak te vervullen, de kerk dat ben jij. (in de doop ben je tot priester, bisschop en zelfs Paus gewijd zegt Luther ergens)
Dat gezamenlijk priesterschap functioneert intern in de kerk, maar ontdekte ik dankzij onze lezingen: ook naar buiten toe. Want wat doen die priesters, ze houden de liturgie, de tempeldienst gaande, tot eer van God. Dat is zo belangrijk, dat dat door blijft gaan, daar kom je voor. En zij zegenen het volk. Daartoe ben je als kerk op aarde, als koningschap van priesters, om een zegen voor de samenleving te zijn,
Door de lofzang en de eredienst gaande te houden, te blijven bidden om Gods Geest die deze wereld veranderen zal, dat is het tegengeluid, de hoop die in jullie is, het verhaal van Gods verbond met zijn volk.
Heilig de Christus als Heer in jullie harten zegt Petrus, Jezus is je voorbeeld, je morele kompas, je geweten en hij is ook de heer van deze wereld. Dat is de boodschap van hemelvaart, de machten en krachten die tegenwerken, die je soms tot wanhoop brengen, die delven het onderspit, zijn uiteindelijk aan hem ondergeschikt. Hemelvaart, dat hij zit aan de rechterhand van God. Dat betekent net niet dat er boven aan alle touwtjes wordt getrokken, maar dat God regeert via Jezus, zijn lijden en opstanding. Zo werkt zijn koningschap. Zo maakt zijn Geest alle dingen nieuw.
Het speciale van de Petrusbrief is dat de Hemelvaart van Christus ook een soort hellevaart is. Dat heeft met dat eigenaardige stukje over Noach te maken. Petrus belijdt dat Jezus als rechtvaardige is gestorven voor onrechtvaardigen, Petrus spreekt uit eigen ervaring. (zo eerlijk was hij zelf ook niet geweest…)
Om jullie bij God te brengen, en hij is zelfs zover gegaan dat toen hij stierf, hij gepredikt heeft tot de geesten in het dodenrijk. Tot degenen die in de dagen van Noach onverschillig waren, ongezeggelijk. Petrus ziet dat in het licht van Gods engelengeduld, er is een huis van bewaring is voor wie aan hun eigen ongerechtigheid ten onder gingen. Aan hen verschijnt Christus om verlossing te brengen. In zijn dood heeft Jezus tot deze gedetineerden gepreekt, om ook hen bij God te brengen, wat zal hij anders verkondigd hebben dan bevrijding.
In de geloofsbelijdenis is dat terecht gekomen als nedergedaald ter helle. Hoe moet je dat voor je zien, Luther en Calvijn waren het daarover niet eens, Luther zag dat letterlijk-historisch, Calvijn symbolisch.
In veel kunst is het zo geschilderd, dat Jezus de duivel overwint, vastbindt en in zijn eigen gevangenis opsluit en dat de degenen die in de hel gevangen zaten worden losgelaten. Kijk maar op de afbeelding van de muurschildering van San Marco in Venetië. Alle sleutels op de grond en Christus die de hand reikt aan Adam en Eva die nogal witjes zijn na zoveel eeuwen gevangenschap.

Het levert mooie plaatjes op, je ziet het voor je, maar geloof je het dan ook? Het gaat om het idee. Christus helpt je ontsnappen, nog wel het meest uit je eigen onverschilligheid en wanhoop, je gevoel van zinloosheid, er is een uitweg, een escape, een ontsnappingsmogelijkheid: je kunt het goede doen, Jezus volgen, ook als je het moeilijk wordt gemaakt.
Als ik die dagen van Noach die Petrus boven water haalt naar deze tijd vertaal, dan denk ik aan de film Cafarnaum, die ik vorige week zag bij de filmmiddag van Vorming en Toerusting. Aangrijpend, die moet je eigenlijk gezien hebben. Het gaat over een jongetje Zain in een sloppenwijk in Beiroet, gevangen in armoede, uitzichtloosheid en uiteindelijk ook echt in de gevangenis. Maar hij heeft een moreel kompas, in die zee van lijden weet hij wat goed doen is, ontferming en hij brengt daar een soort van hoop.
Dat is hemelvaart, dat Christus afdaalt in onze gevangenis, juist in de diepste krochten van de wereld is de Heer aanwezig, om daar God met ons te zijn, om de machten en krachten die je in de greep houden de wacht aan te zeggen, om je te ontketenen, vrij te spreken. Jezus is Heer.
Tenslotte: 8 zielen worden er gered in het verhaal van Noach. Zo is dat in het klassieke doopformulier terecht gekomen, beeld van een piepkleine kerkgemeenschap. Het onverwacht hoopvolle van de Petrusbrief is dat het hem gaat om de rest, die anderen, die gevangen zaten in hun onverschilligheid, Christus gaat naar hen toe.
En hij reikt je de hand, om Gods bondgenoot te worden, medewerkers van zijn Rijk, de nieuwe schepping die al leeft in jouw hart.
Kom Schepper, God o Heilige Geest. Amen