Adam in Ballingschap (vervolg)

Lucas Cranach de oudere, Adam en Eva, Kunsthistorisches Museum Wenen

Wanneer het mensenpaar geproefd heeft van de verboden vrucht, schamen ze zich voor hun ‘snoeplust’, het speelse woord dat Vondel voor de oerzonde gebruikt. Ze ontdekken ze dat ze naakt zijn en verstoppen zich. Lucifer verheugt zich over hun ongeluk, Adam en Eva hebben een stevige echtelijke ruzie. Een dialoog die Vondel met humor brengt, omdat de liefde en zorg die de echtgenoten voor elkaar koesteren er in doorklinkt.

Want ‘t lust me zonder uw genootschap niet te leven.

‘k ontken geenszins dat ik dit misdrijf heb gesteven.

Mijn snoeplust u vervoerde in deze droeven staat.

Zo laat ons t’samen dan de schuld van zulk een kwaad

Ook boeten, woud ge door de doodschuld mij behagen?

‘ k zal haar verdiende straf gewillig leren dragen. (1578-1583)

Dan verschijnt God op het toneel. Niet een deus ex machina die het plot opheft, maar een personage die het drama verhevigt door te vragen ‘ mens waar ben je?.’ Vondel heeft dit ingezien en noemt het scenario van de zondeval het ‘ treurspel der treurspelen’.

In Genesis 3 staat dat zij de stem van de Heere God hoorden, wandelende on den hof, aan den wind des daags.’ (Statenvertaling). In nieuwe vertalingen is sprake van ‘de koelte van de avondwind’, maar Vondel interpreteert het als een flinke storm:

Wat hoor ik daar? Een storm begint hier op te steken.

De donk’re en zwang’re lucht onstuimig uit te breken.

De bladers ruisen uit 4 hoeken heen en weer.

De bulderende wind smijt bos en bomen neer.

Hoe breng je in beeld dat God verschijnt? De Bijbel gebruikt antropomorfe taal, maar zo naïef als Lucas Cranach de zondeval schilderde (zie foto onder) zag Vondel het niet voor zich. Een moderne bewerking zou zich vermoedelijk bedienen van een voice over. Vondel gebruikt een andere truc. Hij laat een van de engelen, Uriël genaamd, de boodschap namens God overbrengen:

Wie openbaarde u toch dees naaktheid, al te naakt?

Heeft ook uw mond de vrucht der kennisse gesmaakt?

Beken de misdaad vrij, ontzie ze niet te noemen.

Verschoon uw schuld niet: want hier baat nu geen verbloemen.

Lucas Cranach de oudere, het Paradijs, Kunsthistorisches Museum Wenen

De Val

Landschap met de val van Icarus- naar Pieter Breughel de oudere (ca. 1590), wikipedia.org

Is’t Noodlot dat ik val, van eer en staat beroofd:

Laat vallen, als ik val, met deze kroon op ’t hoofd.

( )

Dat vallen strekt tot eer, en onverwelkbare lof

En liever de eerste vorst in enig lager hof

Dan in ’t zalig licht de tweede of nog minder

Zo troost ik mij de kans en vrees nu leed noch hinder.

(Lucifer 438-439, 442-445, hertaling FdR)

‘Laisse tomber’  zeggen de Fransen om duidelijk te maken dat ze ergens niet mee zitten.  Laat vallen, zegt de aartsengel Lucifer over zichzelf in het toneelstuk van Vondel. Hij komt in opstand tegen God, eigenlijk tegen de mens die door de Schepper boven de engelen wordt geplaatst en hij weet dat hij daardoor in ongenade zal vallen. ‘ Dat vallen strekt tot eer’ , zegt hij vooruitlopend op zijn tragiek, in Vondels  ironie klinkt echter mee dat zelfs deze val van Lucifer en zijn trawanten tot eer van God zal zijn.

Zondag lezen we in de kerk hoe Jezus de 72 leerlingen ontvangt die verheugd terugkeren omdat ze zelfs de demonen zich aan hen onderwerpen. (Grappig, in het toneelstuk Lucifer is dat precies wat de opstandige engelen vrezen, dat ze ondergeschikt worden gemaakt aans stervelingen.) Jezus spreekt dan van een visioen dat hij gehad heeft. ”Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen.” (Lucas 10:18)

De val van Lucifer en de zijnen is bij Vondel een prequel,  speelt zich af voordat Adam en Eva in het paradijs van de verboden vrucht eten. Voor Jezus gebeurt dat in het heden, als demonische machten het onderspit delven. In de laatste regels van het toneelstuk preludeert Vondel op de komst van de messias:

Wij tellen d’eeuwen, en het jaar, ja dag en uur

dat uw gena verschijnt, de kwijnende natuur

herstelt, verheerlijkt in lichamen en zielen,

stofferende de troon, waar de engelen uit vielen.

(Lucifer 2180-2183, hertaling FdR)